- Versie
- Downloaden 0
- Bestandsgrootte 165.29 KB
- Aantal bestanden 1
- Datum plaatsing 16 juni 2026
- Laatst geüpdatet 16 juni 2026
Preek Maria Tenhemelopneming, 15-8-2026
15 augustus 2026
Maria Tenhemelopneming
Lezingen: Apok. 11,19a; 12,1.3-6a.10a; Ps. 445; 1 Kor. 15,20-27a; Luc. 1,39-56 (A-jaar)
Inleiding
Het Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming viert de voltooiing van Maria in de hemel. Een oude traditie in de Kerk zegt dat ze na haar overlijden – de ontslaping van Maria – met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen. Ze deelt nu al volledig in de verrijzenis van haar Zoon. Het Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming is een feest van hoop: Maria’s opname in de hemel mogen we zien als onze hoopvolle toekomst. God voltooit wat bij ons nog onvoltooid is gebleven. In de Schrift komen we Maria voor het laatst tegen als ze vlak voor Pinksteren met de leerlingen bidt om de komst van de heilige Geest. Eensgezind wijdden ze [de apostelen] zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers (Hand. 1,14). De lezingen van deze dag kunnen daarom niet anders dan via een indirecte wijze dit geloofsgeheim benaderen.
Openbaring 11,19a; 12,1-6a.10a
Het boek Openbaring is een raadselachtig boek met allerlei visioenen, rampspoed en schildering van een vredige toekomst. Het is een boek van strijd tussen goed en kwaad, God en de duivel. De beslissende strijd is al gevoerd, door het Lam (Jezus) is het kwade uiteindelijk overwonnen, maar oefent voorlopig zijn verderfelijke invloed nog uit. Waarschijnlijk is het boek een troostboek geweest voor Christenen in de vervolging. Het is soms ook gelezen als een spoorboekje voor de afloop van de geschiedenis, maar die interpretatie wordt nu afgewezen. Het boek behoort tot de apocalyptische literatuur: het openbaart hoe God uiteindelijk de uitzichtloos lijkende geschiedenis tot een goed einde zal brengen. De redding komt niet van mensen, maar van God. Het mysterieuze karakter is mede veroorzaakt doordat niet alles bij name genoemd kan worden en daarom versleuteld wordt. Zo staat bijvoorbeeld Babylon voor Rome.
De lezing vertelt over een teken aan de hemel. Daarin is een vrouw zichtbaar met mythische trekken: ‘bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren’ (Openb. 12,1). Zij staat op het punt een zoon te baren. Onmiddellijk is er ook de dreiging van een grote vuurrode draak die het kind dreigt te verslinden. De vrouw staat ongetwijfeld voor dochter Sion of Israël en daarmee ook voor degenen die zich in Christus met Israël verbonden hebben, de Kerk. De draak is de satan, die zich uit in de vervolgers van de gelovigen. Dit wordt uitvergroot tot een kosmische strijd.
Het kind van de vrouw zal alle volkeren weiden met een ijzeren staf. Hiermee wordt met een verwijzing naar Psalm 2,7-9 de Messias bedoeld. Het kind en de vrouw genieten bescherming van God.
De traditie heeft in de vrouw Maria gelezen en in het kind Jezus. Ook al is de invulling met Maria twijfelachtig, er kan wel gezegd worden dat ook Maria meer is dan de vrouw uit Galilea. Zij heeft ook trekken van dochter Sion bij Lucas in de groet van de engel (vergelijk Lucas 1,28.30 met Sefanja 3,14vv). Gabriël begroet Maria met woorden die lijken op de aansporingen aan het adres van dochter Sion. Bij Johannes is opvallend dat Maria nergens bij name genoemd wordt, maar de Vrouwe is. Met name bij de bruiloft te Kana lijkt dat te verwijzen naar een personificatie met het volk Israël.
1 Korintiërs 15,20-27a
Paulus verkondigt in 1 Korintiërs 15 de verrijzenis van Christus, nadat hij gesproken heeft over de verschijningen van Christus, ook aan hemzelf (vv. 5-8). Vervolgens betoogt hij dat ons geloof zonder de verrijzenis waardeloos is. In de perikoop van dit Hoogfeest gaat het om de overtuiging dat wij allen zullen delen in de verrijzenis. Paulus stelt dood en verrijzenis tegen elkaar. De dood associeert hij met Adam en de verrijzenis met Christus. In Genesis 3 lezen we hoe de dood zijn ‘intrede’ doet in het mensenbestaan nadat Adam en Eva hebben gegeten van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad. Met de verrijzenis van Christus is de dood vernietigd. Overigens gaat het dan niet om de aardse dood, maar om het uiteindelijk leven bij God dat begint bij de wederkomst van Christus. Paulus meende dat deze wederkomst snel zou aanbreken. We lezen deze passage op het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming omdat Maria als eerste nu al volledig deelt in de opstanding van haar Zoon.
Zie: H.M.J. Janssen ofm, ‘1 Korintiërs. De apostel Paulus, een bewogen apostel’ in: Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Paulus zelf, Vught 2014, 20162, 41-56
Lucas 1,39-56
Voor het evangelie heeft de Kerk het Magnificat genomen waarin Maria Gods grote daden prijst. Het wordt in zijn context, namelijk het bezoek van Maria aan Elisabet geplaatst. Onmiddellijk nadat de engel Gabriël Maria de boodschap brengt dat zij zwanger zal worden van de Zoon van God en zij daarop haar ja-woord geeft, bezoekt Maria haar familielid Elisabet die ook zwanger is. Nadat de vrouwen elkaar begroet hebben en in zekere zin ook Johannes de Doper in de schoot van zijn moeder Elisabet Jezus in de schoot van Maria begroet, spreekt of zingt Maria een lofzang uit.
De lofzang is voor een groot gedeelte samengesteld uit citaten uit de Schrift. Er is met name een grote gelijkenis met de lofzang van Hanna de moeder van Samuel (1 Sam. 2,1-10). Met de aartsengel Gabriël interpreteert Maria de geboorte van haar Zoon als een ingrijpen van God voor zijn volk Israël. God is trouw aan het verbond dat Hij met Abraham heeft gesloten. Kenmerkend daarbij is Gods vergelding: de kwaden worden bestraft en de goeden beloond. Trotsen van hart slaat Hij uiteen (Luc. 1,51), heersers ontneemt Hij de troon (1,52), rijken zendt Hij heen met lege handen (1,53) en daartegenover staat dat Hij de geringen verheft (1,52) en hongerigen overlaadt met gaven (1,53). Hier toont zich God die aan de kant staat van de zwakkeren en armen. Leitmotiv in het Magnificat is Gods barmhartigheid. In de parabel van de barmhartige Samaritaan (Luc. 10,30-37) zal Lucas dit verder uitwerken.
Barmhartigheid wil zeggen: je laten raken door het lot van de naaste en daar onmiddellijk met hulp op reageren.
Ook Zacharias zal in zijn lofzang Gods barmhartigheid roemen: dankzij de innige barmhartigheid van onze God, waarmee Hij uit de hemel op ons zal neerzien (Luc. 1,78). Aan het begin van het Magnificat brengt Maria zichzelf in haar verhouding tot God ter sprake: Hoog verheft mijn ziel de Heer. Van vreugde juicht mijn geest om God, mijn Heiland, omdat Hij neerzag op de lage staat van zijn dienstmaagd. Want zie, van nu af prijzen alle geslachten mij zalig, omdat Hij die machtig is, grote dingen aan mij deed en heilig is zijn Naam (Luc. 1,46-49). Ze eert God omdat Hij op haar neerzag. Ze ervaart haar uitverkiezing als moeder van Gods Zoon als een uitermate bijzondere daad.
Ook al zijn we wat Maria betreft hier nog ver verwijderd van haar tenhemelopneming. Het gaat ook daarbij om God die naar ons omziet en naar ons zal blijven omzien. Maria deelt als eerste in de verrijzenis. God zal ook ons niet in de dood laten.
Preekvoorbeeld
Maria wordt in de hemel opgenomen. In ieder rozenkransgebed wordt het door de bidders opgenoemd als het vierde van de glorievolle geheimen met daarna als vijfde geheim: Maria wordt in de hemel gekroond. De bekende theoloog en spiritueel leider Romano Guardini deed in zijn boekje Der Rosenkranz unserer Lieben Frau ooit het voorstel om deze geheimen te vervangen door twee ‘om zo te zeggen’ meer bijbelse geheimen, Jezus zal terugkeren in heerlijkheid en Zijn rijk kent geen einde. Toch werd deze verandering nooit doorgezet. Het overwegen van Maria’s opname in de hemel en haar gekroond worden door de Vader was het biddende Godsvolk te dierbaar om deze geheimen uit de rozenkrans te laten weghalen.
Liggen ze trouwens niet geheel in de lijn van de betekenis van het rozenkransgebed als Mariaal getint Jezusgebed? De Oosters Orthodoxe Kerk heeft haar Jezusgebed, zo inspirerend beschreven in het ‘Het verhaal van een Russische pelgrim.’ Ik herinner me nog goed hoe dit in de jaren zeventig van de vorige eeuw ook bij ons in Nederland een religieuze must was. Toch, heel overtuigend wist de Trierer theoloog en priester Rainer Scherschel te beschrijven hoe – naar de titel van zijn boek – Der Rosenkranz, (als) das Jesusgebet des Westens beschouwd kan worden. Een aanrader voor ieder die zich in deze materie zou willen verdiepen!
Jezusgebed, ja!! Immers de kern van ieder Wees Gegroet is ‘en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot’, centrum van de hele tekst! Het was de Zuid-Duitse dominicaan en mysticus de zalige Heinrich Seuse (1295-1366), die in de bijbeltekst ‘en gezegend is de vrucht van uw schoot’ (Luc. 1,42b) de heilige naam ‘Jezus’ liet invoegen zodat ieder weesgegroet ‘om Hem draait’!
Maar goed, het geheim van Maria’s Tenhemelopneming, dat we vandaag vieren, wat daarover te zeggen? Het was in 1950, dat paus Pius XII in samenspraak met heel het wereldepiscopaat, dit mysterie, op grond van een eeuwenlange traditie, teruggaande tot aan de Grieks-Oosterse wortels van de kerk, tot dogma verklaarde, dat wil zeggen als behorend tot het ene geheel van katholieke leerstellingen. De vraag is dan steeds weer: wat zijn de bijbelse wortels van dit feest? Nee, met zoveel woorden zal de Tenhemelopneming van de Moeder Gods in de Heilige Schrift niet te vinden zijn. Maar wat zegt de gelovige intuïtie van eeuwen?
Een patristische uitdrukking luidt ‘het Oude, Eerste, Testament is zwanger van Christus’ oftewel ziet uit naar zijn komst als de Messias op aarde. En welke vrouw, ‘gezegende onder de vrouwen’ (Luc. 1,42a) zal dan uiteindelijk in feite zwanger worden van Christus? In wier schoot zal het prilste begin van de menswording zich innestelen en gaan uitgroeien tot het kind en zijn leven tussen ‘kribbe en kruis?’ Het is Maria, die het kind negen maanden onder haar hart draagt na de aankondiging van de engel Gabriel: de Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Wat ter wereld zal komen zal Heilig genoemd worden, Zoon van God (Luc.1,35). Zo komt haar de titel toe Theotokos in het Grieks, letterlijk ‘Godbarende.’ Haar fysieke gestel gaat er helemaal naar staan om het nieuwe leven, Gods leven, in haar schoot op te nemen en te voorzien van al wat nodig is voor de ontwikkeling van een mensenkind, voor het vormen van diens unieke menselijk lichaam. Ieder beweginkje, dat de ‘vrucht van haar schoot’ in haar lichaam opwekt voelt Maria diep in zich, zoals iedere moeder in verwachting dat voelt en zoals Elisabet dat ervoer, toen de groet van Maria via haar oor binnenkomend de kleine Johannes in haar schoot deed opspringen!
In het Magnificat, de Evangelielezing van deze feestdag, zingt Maria het dan ook uit wanneer zij naar het bergland is gereisd en de ontmoeting plaatsvindt met haar nicht Elisabet, eveneens zwanger en wel van de Voorloper, Johannes de Doper. Beide zwangere vrouwen omhelzen elkaar en Maria zingt het Magnificat, een lofzang van dankbaarheid, voor een groot deel samengesteld uit citaten uit de Schrift. Ze kan er niet over uit, dat het aan haar, de eenvoudige vrouw uit Nazaret (‘Kan er iets goeds komen uit Nazaret’ horen we later mensen spottend zeggen), gegeven is om moeder te worden van diegene, die gezien mag worden als de Redder van Israël. En dan moeten we niet denken, dat zij de moeder zal zijn van een militair redder, een krijgsheer, die het kwaad gewapenderhand zal afstraffen, met name het kwaad van de toenmalige bezetting van het land. Nee, Jezus de Redder van Israël brengt de verrassende boodschap over de barmhartigheid en menslievendheid van de Vader, die rijken heenzendt met lege handen – ook in de zin van: zij komen tot bekering zoals Zacheüs na zijn ontmoeting met Jezus; een derde van zijn bezit geeft hij weg aan de armen! – die de geringen verheft, de hongerigen voedt, die aan de kant staat van de zwakkeren en de gewonden in de samenleving, zoals de barmhartige Samaritaan afboog van zijn weg en zich boog over de gewonde langs de kant van de weg. Priester en leviet waren doorgelopen.
Later mogen we zien, hoe Gods reddende werkzaamheid niet beperkt blijft tot Israël, ingekaderd binnen een nationalistische context, maar uiteindelijk heel het mensdom zal gaan omvatten! De vernederende dood van Jezus aan het kruis, waarvan Maria, staande onder het kruis, getuige was (hoe verscheurd moet haar hart geweest zijn!) voltrekt zich nog binnen een nationalistisch kader, maar – zo hoorden we in de tweede lezing uit de eerste brief aan de Korintiërs – die vernederende kruisdood zal niet het einde zijn. Zijn Vader zal Hem zal opwekken als eersteling van hen die ontslapen zijn. Verheven zal Hij worden om te leven bij God voor altijd. Zijn nieuwe leven zal er zijn voor ieder – uit welke natie of ras ook voortkomend – die zich in geloof tot Hem wendt en zich via Hem als de weg laat meevoeren naar de hemelse sfeer waar Hij gezeten is aan Gods rechterhand, zoals de H. Stephanus Hem mocht zien in zijn visioen vlak voor zijn dood door steniging.
Het is gewaagd om het te zeggen – en wie de bijbeltekst naar de letter volgt zal vast een opgeheven vingertje tonen – maar kunnen we ons voorstellen dat Jezus haar, die Hem zijn fysieke existentie gaf, zijn menselijke lichamelijkheid, en die haar op het einde vanaf het kruis als moeder van de gelovigen aan Johannes zorgzame liefde toevertrouwde – wanneer zij eenmaal zelf aan het einde van haar leven komt – niet zou laten delen in zijn goddelijke existentie, zijn hemelse bestaan, zijn ‘voor altijd wonen bij de Vader?’ Hij zal dit doen uit tedervolle liefde voor haar, voor wie zij voor Hem was in zijn aards bestaan en uit dankbaarheid voor wat Hij van haar had ontvangen: zijn menszijn als onmisbaar bestanddeel van zijn Godmenselijke natuur! Bij haar dood haalt Hij haar bij zich in de hemel binnen, niet slechts een bloedeloze ziel, maar met ziel en lichaam, zoals de kerk leert, en doet haar naast zich op de troon plaatsnemen zoals afgebeeld op het schitterende absismozaïek uit de 13de eeuw van de Franciscaanse kunstenaar Giacomo Torriti in de Santa Maria Maggiore basiliek in Rome (https://live.staticflickr.com/7082/7361102162_406f17f2c5_b.jpg).
De eerste lezing van deze feestdag houdt ons het grandioze visioen voor zoals de apostel Johannes dat zag op het eiland Patmos (Apok. 12,1-6): een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren, alles tegen de achtergrond van de geopende hemelkoepel. In deze vrouw kunnen we het volk Israël zien, - de twaalf sterren, de twaalf stammen – zwanger van de komende Messias, maar ook Maria die uiteindelijk in al zijn concreetheid het kind ‘de Zoon van de Allerhoogste’, Christus, heeft gebaard.
Eenmaal geboren en in de wereld gekomen doet de draak, die het kwaad, de vijandschap symboliseert, er alles aan om het kind te doden. Het zál worden gedood, de vernederende dood als misdadiger op het kruis, maar de draak, de ‘vijandschap’, zal niet kunnen juichen, want het kind wordt via de verrijzenis weggevoerd naar God en zijn troon, onbereikbaar voor welke kwade bedoelingen ook. De dood is gedood! De vrouw vlucht naar de woestijn, waar God haar een plaats heeft bereid. Zij is nu de vrouw van ná de verrijzenis en vertegenwoordigt het nieuwe Godsvolk (de Kerk). Haar woestijnsituatie duidt erop, dat zij als een pelgrim door de wereld gaat, zoals het volk Israël veertig jaar door de woestijn trok, gevoed met het manna, maar dan nu met het nieuwe manna, het Eucharistisch brood! (Apok. 12, 6b).
Twaalfhonderdzestig dagen (Apok. 12,6c) zijn toegemeten, een precieze, afgebakende tijd, de tijd dat de draak de kans krijgt zijn woede te koelen op de vrouw (ten dele gelukt, als we denken aan de vele martelaren in de kerk van de begintijd, maar ook nu nog; aan het kwaad van machtsmisbruik). Maar eens komt het definitieve ‘stop’! Tot hier en niet verder! Het einde is aangebroken, de 1260 dagen volbracht. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde nemen hun aanvang. Aan Christus de overwinning! Allen die trouw zijn blijven uitzien naar Zijn komst, zullen met ziel en verheerlijkt lichaam delen in het nieuwe leven, zoals dat in Maria en haar Tenhemelopneming al werkelijkheid was geworden, hoopvol uitzicht gedurende heel die lange tijd, dat de pelgrimstocht moest duren.
inleiding drs. Marc Brinkhuis
preekvoorbeeld Tiemen Brouwer OP
Ontleend aan ‘de mystieke molen’, sculptuur basiliek Sainte-Marie-Madeleine,