Allerheiligen

By 29 september 2023 No Comments
[featured_image]
Downloaden
Download is available until [expire_date]
  • Versie
  • Downloaden 1
  • Bestandsgrootte 116.27 KB
  • Aantal bestanden 1
  • Datum plaatsing 29 september 2023
  • Laatst geüpdatet 29 september 2023

Allerheiligen

1 november 2023
Allerheiligen

Lezingen: Apok. 7,2-4.9-14; Ps. 24; 1 Joh. 3,1-3; Mat. 5,1-12a (A-jaar)

 

Inleiding

Al heel snel nadat in de vierde eeuw de oudste en sindsdien meest bekende jaarlijkse heiligenfeesten waren ontstaan, werd het in de verschillende oosterse en westerse kerken gebruikelijk om een bepaalde dag van het jaar een speciale dag te reserveren voor het herdenken en de vereren van alle heiligen. In het begin ging het vooral om martelaren en de apostelen, maar vrij snel vielen daar ook andere groepen onder: kerkvaders, mannen en vrouwen die een ongehuwd en ascetisch leven hadden geleid. De keuze van de periode van het jaar waarin het feest werd gevierd, verschilde aanzienlijk per traditie en regio. In de Byzantijnse traditie vindt de gedachtenis van alle heiligen sinds het einde van de vierde eeuw plaats op de eerste zondag na Pinksteren (wanneer de paastijd voorbij is).
De westerse kerk heeft het feest in de loop der eeuwen op verschillende data gevierd. Gedurende een korte tijd lijkt men de Byzantijnse traditie te hebben gevolgd. In de zevende eeuw kwam daarvoor 13 mei voor in de plaats omdat op die dag in Rome het Pantheon – van oorsprong een heidense tempel – werd ingewijd door paus Bonifatius iv als een kerk die was toegewijd aan de maagd Maria en alle martelaren. In meer noordelijke regionen – Ierland, Engeland en grote delen van het Karolingische Rijk – verbreidde zich de gewoonte om het feest op 1 november te vieren. Het is niet helemaal duidelijk waarom voor die datum is gekozen. Het moet in ieder geval iets te maken hebben met het feit dat die dag als het begin van de winter werd beschouwd. Het is interessant te vermelden dat volgen de Regel van Benedictus het winterseizoen van Allerheiligen tot Pasen duurde (hoofdstuk 8). Hoe dan ook, in de negende eeuw heeft de kerk van Rome deze datum overgenomen en daarna heeft de gewoonte om Allerheiligen op 1 november zich snel in het hele westerse christendom verbreid.

De keuze van de eerste lezing uit het boek van de Openbaring en van het evangelie van de Zaligsprekingen uit Matteüs 5 gaat terug op een heel oude traditie, op de periode waarin de gedachtenis van alle heiligen nog plaatsvond op de eerste zondag na Pinksteren. Ze zijn al te vinden in een oud liturgisch handschrift uit Murbach (zesde eeuw) waarin het feest op die dag werd gevierd.

Apokalyps 7,2-4.9-14
De Openbaring van Johannes is geschreven aan het einde van de eerste eeuw, vermoedelijk in de tijd waarin keizer Domitianus regeerde (81-96) en in Klein-Azië – het huidige Turkije – de eerste strafmaatregelen tegen christenen werden genomen. Daarmee komt de nadruk te liggen op een bepaalde categorie van heiligen, namelijk de martelaren, christenen die werden vervolgd om hun geloofsovertuiging. Het zevende hoofdstuk vormt een soort van adempauze in een beschrijving van rampen en onderdrukkingen die in het toekomstvisioen dat in Openbaring wordt opgeroepen, de mensheid te wachten staan. Er worden in dit hoofdstuk twee visioenen beschreven die in de christelijke kunst vaak zijn verbeeld. Het beroemdste voorbeeld is het schilderij van de gebroeders van Eijk waarop de aanbidding van het Lam Gods is afgebeeld en zich in de kerk van St. Bavo in Gent bevindt. In het eerste visioen (vv. 4 t/m 8) worden honderdvierenveertig duizend mensen, twaalfduizend uit elk van de twaalf stammen van Israël op het voorhoofd getekend met een zegel. De vraag wie hier precies bedoeld worden, is omstreden. Volgens sommige exegeten gaat het hier om christenen uit het jodendom afkomstig (joden-christenen), volgens anderen zouden ze de hele kerk, de hele gemeenschap van christenen symboliseren. Het zegel (Grieks: sfragis) moet hier worden opgevat als een merkteken, stempel, zo men wil een tatoeage, die aangeeft dat men bij iemand hoort, diens eigendom is. Uit hoofdstuk 14,1 blijkt dat op dit zegel de naam van het Lam en van de Vader te zien zijn. Het is interessant om te vermelden dat in de Vroege Kerk de term ook werd gebruikt voor een zalving van het voorhoofd van dopeling (al dan niet in combinatie met het maken van een kruisteken). Of dat hier ook al het geval is, is onzeker. In ieder geval kan het Griekse woord ook de connotatie van bescherming hebben. Terwijl wij ons in het eerste visioen nog op aarde bevinden – in de eindtijd –, verplaatst het tweede visioen ons naar een hemelse werkelijkheid, naar de hemelse liturgie die wordt beschreven in hoofdstuk 4 en 5. Daar ziet de ziener, Johannes, een troon waarop Iemand, God, is gezeten en daarvoor een lam, dat er uitzag alsof het geslacht was, waarmee Christus, is bedoeld (er lijkt hier vrijwel zeker een verwijzing naar het paaslam te zijn). God die op de troon zit en het Lam worden vereerd door vierentwintig ‘oudsten’ – waarmee misschien een soort hemelse raad van ‘oudsten’, ouderlingen zijn bedoeld – en onafgebroken het ‘Heilig, heilig, heilig’ (het Sanctus) zingen. In hoofdstuk 7,9-12 sluit zich een ontelbare menigte bij deze hemelse liturgie aan. Ze wordt gevormd door mensen die afkomstig zijn uit alle landen en volkeren – het gaat hier dus in ieder geval niet uitsluitend om christenen uit de Joden – in het wit zijn gekleed en palmtakken bij zich dragen en lof brengen aan God die op een troon zit en aan het Lam (Christus). Blijkens de uitleg van één van de oudsten die zich tot de ziener richt, zijn het martelaren, die de beproeving van de onderdrukking hebben doorstaan (de palmtakken zijn overwinningstekenen).
Het is op voorhand niet erg duidelijk waarin de link tussen het eerste visioen en het feest van Allerheiligen zou kunnen. Het kan ook niet toevallig zijn dat in de perikoop die wordt aangegeven in het liturgisch handschrift van Murbach, deze passage nog ontbreekt. De samenhang van het tweede visioen met Allerheiligen is daarentegen wel helder. De martelaren die omwille van hun geloofsovertuiging zijn gestorven of zijn vervolgd, hebben in de geschiedenis van het christendom altijd een prominente plaats ingenomen onder de verschillende categorieën van ‘heiligen’.

Matteüs 5,1-12a
In de Zaligsprekingen uit Matteüs wordt de focus van het feest van Allerheiligen verbreed. De laatste van de Zaligsprekingen is gericht tot mensen die vervolgd ‘omwille van de gerechtigheid’. Er zij hier allereerst op gewezen dat gerechtigheid niet hetzelfde is als ‘geloof in Jezus’! Het gaat hier veeleer om het volgeling zijn van Jezus, hetgeen tot vervolging kan leiden. Maar dit is ook slechts één van de Zaligsprekingen. ‘Heiligheid’ die gebaseerd is de Zaligsprekingen en het geheel van de Bergrede waarvan deze deel uitmaken, heeft alles te maken met ‘zachtmoedigheid’ en staat op gespannen voet met ‘waarden’ die in veel samenlevingen in hoog aanzien staan: het principe van het recht van de sterkste, opkomen voor je eigen belang, verafgoding van economisch succes en macht.

1 Jonannes 3,1-3
De tweede lezing uit de eerste brief van Johannes – die nog niet in de oude liturgie voorkwam – sluit naadloos aan op de teneur van de eerste lezing en de evangelielezing. De passage laat zich lezen als een kernachtige samenvatting van wat het christelijke begrip ‘heiligheid’ inhoudt: heiligen zijn kinderen van God; volgelingen van Jezus en worden door de ‘wereld’ vaak niet begrepen omdat ze niet beantwoorden aan het beeld van wat in de wereld, in de samenleving veelal als ‘normaal’ geldt.

 

Preekvoorbeeld

Allerheiligen: Ieder mensenkind heeft een naam

Ineens viel het me op: het feest dat we vandaag vieren wordt niet Alle-Heiligen genoemd maar Aller-Heiligen. Dat betekent dat de heiligen van ons allen zijn en geen verzamelnaam van alle heiligen. Ik wil op de naamgeving van de heiligen ingaan.

Ieder van ons, ieder mensenkind heeft een naam.
Zonder naam ben je niemand, nergens welkom, staatloos.
Een paar jaar geleden was er een fototentoonstelling in het Rijksmuseum.
Het ging over mensen zonder naam, staatloze mensen, zonder paspoort.
Als je staatloos bent dan betekent het dat je nergens terecht kunt,
geen bankpas kunt aanvragen, niet kunt reizen, geen verzekering afsluiten; zelfs een ziekenhuisbezoek is ingewikkeld.
Ook ben je zonder papieren niet welkom in het land waar je geboren bent, laat staan in een ander land. Bewijs maar eens dat je iemand bent.

Met zorg kiezen ouders een naam voor hun dochter of zoon en vervolgens word je talloze keren bij je naam genoemd, geroepen. Soms boos, soms straffend maar hopelijk talloze keren liefdevol.
Het bij je naam geroepen worden bepaalt je leven.

Vaak heeft je naam een betekenis.
Je bent vernoemd naar je oma of opa. Die naam wordt bij de doop en ook in het gemeentehuis plechtig genoemd en opgeschreven.
(Mijn doopnaam is Henricus Johannes. Zo heetten mijn beide opa’s. Mijn roepnaam is Hans. Dat ligt gemakkelijker in de mond en je kunt het niet afkorten.)

Het gaat nog dieper.
De naam komt ergens vandaan.
Vaak van een heilige.
Ik noem er een paar: Franciscus, Martinus, Bernadette, Angela, Helena, Titus Brandsma, Alphons Ariëns. Het zijn als het ware rolmodellen.
Ouders spraken de hoop uit dat je je naam eer aan zou doen en zou leven naar de naam die je hebt ontvangen.

Toen onze Paus die Jorge Mario Bergoglio heette, totaal onverwachts en tot zijn eigen verbazing tot paus werd gekozen, schudde de kardinaal die naast hem zat zijn hand en zei: denk aan de armen. Het verhaal gaat dat de net gekozen paus in een flits dacht aan Franciscus. In een flits ging het door hem heen: Zo wil ik genoemd worden… dat wordt mijn naam, dat is mijn roeping.
En zo gebeurde het en dat straalt hij uit.
De naam als roeping als levensopdracht.

Ik kan me herinneren dat we in vroegere jaren ter voorbereiding op het Vormsel een boekje kregen met namen van heiligen en een korte levensbeschrijving. Je mocht er een uitkiezen en met die naam werd je gevormd.
Wat waren we er druk mee en wat was het spannend om van anderen te horen welke naam zij gekozen hadden.

Ook in de Bijbel hebben de namen een diepe betekenis.
In de naamgeving hoor je al een vooraankondiging van wat komen gaat:

  • Petrus betekent ‘Rots’. Hij werd een rots in de branding en op die rots werd de kerk gebouwd.
  • Jezus betekent ‘Hij die redt’. Voor hoevelen is hij nog steeds een redding?
  • Maria betekent ‘Bitterheid’: ze wordt ook wel ‘moeder van smarten’ genoemd. Velen vinden bij haar een toevlucht omdat ze weet wat er in mensen omgaat. Ze heeft het aan den lijve ondervonden.

Een naam is in de bijbel is een logo. Het staat voor iets wezenlijks, kenmerkend voor de persoon en voor allen die na hem of haar komen.
Op internet kun je opzoeken wat je naam ten diepste betekent.

Nu is de vraag: is er een leidraad hoe je je leven kunt vormgeven in de traditie van ons Aller-Heiligen? Is er iets wat een verbindende kracht is?

Die leidraad is er. Die heeft Jezus ons gegeven.
Hij ging op een berg zitten, het volk stroomde toe en hij sprak de beroemde woorden:
Zalig ben je, gelukkig word je:
als je arm van geest bent, als je zachtmoedig bent en barmhartig. Je wordt zalig geprezen als je vrede sticht en als ze je om mijnentwil vervolgen.
Zeven zaligspringen sprak Jezus uit en elke zaligspreking is een meditatie waard.

In de zeven weken voor Pasen in de vastentijd worden de zaligsprekingen soms gebruikt als voorbereiding op Pasen. Iedere week een zaligspreking en op het eind van de week een bijeenkomst om de ‘ontdekkingen’ te delen. Het is gemeenschapsvormend en geloofsverdiepend.

Ik wil nu op één zaligspreking wat dieper ingaan:
de zaligspreking die in het midden staat.
Jezus zegt: zalig de zuiveren van hart want ze zullen God zien.

Laten we vooropstellen dat totale zuiverheid in het leven van alle dag niet bestaat.
In een totaal witte ruimte heb je een vlekje nodig om het zuiver wit te zien.
Ook totale duisternis is niet zichtbaar. Je hebt een lichtpuntje nodig.
Het bijzondere is dat juist dat vlekje, of dat lichtpuntje een verlangen oproept naar zuiverheid. Hoe wonderlijk kan het zijn?
Maar soms kunnen we iets van die zuiverheid vatten in een tijdloos moment.

  • Als je iets misdaan hebt, en je komt tot inzicht, en je ondervindt barmhartigheid. Het is een zuiverend moment en je kunt zo maar iets ervaren van wat het koninkrijk van God betekent. In relaties komt dat voor dat je weer opnieuw kunt beginnen, ook als het mis loopt.
  • Of als je aan de bel trekt om misstanden aan het licht te brengen en het wordt niet op prijs gesteld. Het is een hele kunst om tegen de stroom in ‘zuiver van hart’ te blijven.
  • Als je hongerige mensen te eten geeft… het is ook voedsel voor eigen ziel terwijl je het daar niet voor doet. God is er in dat zuivere moment.

Met andere woorden:

  • Probeer het maar om de wereld een beetje mooier te maken, te zuiveren.
  • Doe het maar, probeer het maar om je zelf te zuiveren van wat zwaar op je drukt en wat je klein maakt.

Je loopt de kans dat je God ziet dat je zijn of haar nabijheid ervaart.

Ten slotte
We vieren Allerheiligen.
En al die heiligen van vandaag en gisteren proberen iets van de Bergrede zichtbaar te maken.
Aan ons de eer om in die traditie te gaan staan en onze naam eer aan te doen.

PS Misschien is er in de viering een moment om met degene die naast je zit te vragen naar de naam en wat die naam betekent en of je vernoemd bent. Het kan ook na de viering als er koffie wordt gedronken. Het is gemeenschapvormend.

 

inleiding prof. dr. Gerard Rouwhorst
preekvoorbeeld Hans Boerkamp