4e zondag dhj, jaar B, 28-1-2024

[featured_image]
Downloaden
Download is available until [expire_date]
  • Versie
  • Downloaden 46
  • Bestandsgrootte 84.00 KB
  • Aantal bestanden 1
  • Datum plaatsing 4 december 2023
  • Laatst geüpdatet 6 december 2023

4e zondag dhj, jaar B, 28-1-2024

28 januari 2024
Vierde zondag door het jaar

 Lezingen: Deut. 18,15-20; Ps. 95; 1 Kor. 7,32-35; Mar. 1,21-28 (B-jaar)

Inleiding
Waarheid
Er zijn in de wereld veel mensen die zich opstellen als leraar of profeet. Sommigen doen dat met goede bedoelingen. Anderen zijn vooral uit op macht en uiterlijk vertoon. De eerste lezing en het evangelie van deze zondag benadrukken een belangrijk facet van de bijbelse profetie waaraan eigentijdse leraren en profeten zich alleszins kunnen laten inspireren. De bijbelse profeten leven vanuit de waarheid en kunnen niet anders dan deze waarheid ook concreet belichamen. Als spreekbuizen van God willen ze niet zozeer de toekomst voorzien, maar wel het heden doorzien. Vanuit hun eigen verbondenheid met God, willen ze ook anderen met Gods waarheid bevrijden.

Deuteronomium 18 en Psalm 95
De eerste lezing kadert binnen een reeks van voorschriften en bepalingen die voor de Israëlieten zullen gelden wanneer ze eens hun intrek nemen in het beloofde land. Mozes spreekt het volk toe als profeet in naam van jhwh. Anders dan de reeds aanwezige bewoners in het land van belofte, zal het de Israëlieten niet toegestaan zijn om naar waarzeggers en geestenbezweerders te luisteren. Jhwh zal telkens een profeet uit het eigen volk laten opstaan om hen te leiden. Daarmee komt jhwh tegemoet aan een eerdere verzuchting van de Israëlieten en garandeert Hij verdere toekomst voor het volk, nu duidelijk is dat Mozes zelf het beloofde land niet zal mogen binnentreden.
Psalm 95 sluit aan bij de eerste lezing en belicht de houding van het Israëlitische volk tot dusver. Ondanks de oproep om ‘heden naar zijn stem te luisteren’ (v. 7), hebben ze zich tijdens de woestijntocht immers vaak halsstarrig gedragen tegenover hun eerste profeet Mozes, en dus ook ten aanzien van jhwh zelf. De psalm eindigt pessimistisch: jhwh is woedend om het gedrag van zijn volk. Andere oudtestamentische teksten belichten echter de blijvende bereidheid van jhwh om barmhartig met hen om te gaan. Deuteronomium 18 deelt in dit gedachtegoed met de belofte van opeenvolgende profeten die de Israëlieten telkens opnieuw zullen doen terugkeren naar het juiste pad.
Verderop in de bijbeltekst van Deuteronomium vragen de Israëlieten zich af hoe ze een ware van een valse profeet kunnen onderscheiden. JHWH’s antwoord is simpel: woorden die gesproken worden in naam van jhwh, zullen waarheid worden. Bovendien – zo leest men in de voorliggende passage – zal jhwh rekenschap vragen van profeten die geen gehoor geven aan de woorden die ze in zijn naam spreken. Met andere woorden, een profeet kan geen waarheid spreken zonder zelf in die waarheid te staan en ernaar te handelen.

Marcus 1
Volgens Marcus dankt Jezus zijn gezag precies aan dit waarheid spreken. Hij belichaamt de waarheid van Gods liefde en trouw.
Jezus begeeft zich op sabbat op het terrein van de Schriftgeleerden en treedt op als leraar in de synagoge. Marcus schept een contrast tussen het onderricht van deze Schriftgeleerden en dat van Jezus. Elders in de evangelieteksten wordt inderdaad ook duidelijk dat sommige Schriftgeleerden wel spraken over de waarheid, maar deze niet altijd zelf belichaamden. Jezus zelf staat in de waarheid en daarom werkt de waarheid die Hij spreekt ook bevrijdend.
Opmerkelijker is dat ook de onreine geest iets van waarheid lijkt te spreken. Hoewel hij Jezus’ goede bedoelingen sterk in twijfel trekt, benoemt hij Hem terzelfder tijd als de heilige Gods. Hij weet Jezus dus te verbinden met God. Maar Jezus overstijgt deze slechts gedeeltelijke waarheid. Hij is immers veel meer dan een heilige Gods. Bovendien doorziet Jezus onmiddellijk dat het niet de synagogeman zelf is die spreekt. Jezus voelt zich niet aangevallen door zijn woorden en schiet niet in de verdediging, maar erkent de waarheid dat deze man in wezen goed is. Het is de onreine geest die aan het woord is in de verwijten aan het adres van Jezus. Dankzij dit dubbele waarheidsinzicht worden Jezus’ woorden bewaarheid: de onreine geest zwijgt na een laatste schreeuw en verlaat de man. Daarmee bevrijdt Jezus deze man als het ware van de onwaarheid die in hemzelf was gaan groeien.
De omstanders in Kafarnaüm (letterlijk ‘dorp van troost’) zijn ‘verbijsterd’, zo omschrijft Marcus hun reactie. Ze ontdekken in Jezus een profeet die in de lijn van Mozes bekommerd is om de bevrijding van Gods volk. In de woorden van Jezus horen ze Gods eigen stem spreken en in zijn daden zien ze Gods kracht aan het werk. In Jezus’ aandacht voor de bezetene, ondanks het verbod om op sabbat te genezen, openbaart zich de waarheid van een God die mensen altijd nabij is. Die waarheid biedt de mensen in Kafarnaüm werkelijk troost. Het brengt hen er zonder enige uiterlijke dwang toe om naar Jezus te luisteren en om ‘de nieuwe leer met gezag’ te verspreiden.

1 Korintiërs 7,32-35
Ook Paulus is volgens de traditie een profeet naar wiens stem christenen dienen te luisteren. Nochtans valt velen van ons dat niet altijd even gemakkelijk. De tekst die hier voorligt, doet sommigen zelfs steigeren.
Toch spreekt Paulus waarheid wanneer hij aangeeft dat celibatairen de toewijding aan Christus op een andere manier beleven dan zij die hun leven op de eerste plaats schenken aan de man of vrouw die ze liefhebben. Hoewel zijn formulering eerder negatief klinkt, verwoordt Paulus eigenlijk iets van de unieke gave van de celibataire levensstaat. Net omdat celibatairen niet op bijzondere wijze verbonden zijn aan één persoon, ontstaat er ruimte om hun liefde naar het voorbeeld van Christus tot alle mensen te richten.
Heel belangrijk om te weten is dat Paulus wat eerder in dezelfde tekst ook een andere profetische waarheidsstem laat klinken. ‘Iedereen heeft van God zijn eigen gave gekregen’, zo staat er te lezen in vers 7. Mensen die met elkaar verbonden zijn via een huwelijk of een andere gezegende relatie, met of zonder kinderen, kunnen de toewijding aan Christus op een even bijzondere, doch andere manier beleven, zo weten we vandaag. Net te midden van de gezellige drukte van een gezinsleven krijgt de navolging van Christus op een geheel eigen wijze concrete handen en voeten. In de liefde en zorg die partners – afwisselend met de grootste vreugde en de grootste moeite – voor elkaar aan de dag blijven leggen, openbaart zich evenzeer de waarheid van een God die zijn aanhoudende nabijheid belooft.

 Zie: H.M.J. Janssen ofm, ‘1 Korintiërs. De apostel Paulus, een bewogen apostel’ in: Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Paulus zelf, Vught 2014, 20162, 41-56

 

Preekvoorbeeld
Het zijn de soms kleine problemen die in iedere geloofsgemeenschap naar voren komen en grote vormen kunnen aannemen. De brieven van Paulus getuigen daarvan. Vragen die opkomen over allerlei details, van geloof en leven. De briefschrijver antwoordt er uitvoerig op. Ook over de intieme huiselijke omstandigheden. Niet alleen in het gezin, ook in de gemeente komen onduidelijkheden aan het licht. Vanaf het scheppingslied in Genesis gaat het om vrouwelijk en mannelijk, maar dan ook om de mens tussen de medemensen. In de jonge kerk toegespitst op het onderscheid tussen Joden die Jezus wel en zij die hem niet volgen. Steeds sterker doet zich dan ook de behoefte gevoelen aan meer dan de praktische aanwijzingen. De verhalen rondom Jezus van Nazaret die de ronde doen, moeten worden vastgelegd, voor nu en voor later. In grote lijnen en in intieme details.

Zo ontstaat, na de brieven, het evangelie – allereerst dat van Marcus, het kleinste. Marcus heeft haast en hij valt met de deur in huis: ‘Begin van het evangelie van Jezus Christus, zoon van God. Zoals geschreven is in Jesaja, de profeet: ‘Zie, ik zend mijn bode voor jouw aangezicht, de bereider van jouw weg; stem van een roeper in de woestijn: maakt recht de weg van de Heer, maakt gelijk zijn paden.’

Er is Marcus veel, zo niet alles aan gelegen, om zijn lezers duidelijk te maken hoezeer het bij de volgelingen van Jezus gaat om Joodse gelovigen. Zo zal er ruimhartig worden geciteerd uit de profeten van het Eerste Testament, hier gelijk al in het begin. Daarom gaat Jezus na zijn doop gelijk naar de synagoge van zijn woonplaats. En na afloop gelijk naar het huis van Petrus – koffiedrinken na de viering.
Gelijk. Marcus gebruikt dat woordje als een kernwoord en in dezelfde dubbele betekenis die onze taal ook kent, hij speelt er mee. Gelijk in de ruimte, zoals: ‘gelijkmaken’ van de weg, maar je kunt het ook gebruiken voor de tijd. Zo lezen wij in zijn evangelie: ‘Gelijk werpt de geest hem de woestijn in…’ ‘Gelijk verlaten zij de netten (…) ‘gelijk roept hij hen’. ‘Gelijk op de sabbat… gelijk is er in hun synagoge…’ Langs die weg die is gelijk gemaakt, geëffend, spelen zich nu in hoog tempo gelijk allerlei gebeurtenissen af. Gelijk naar de synagoge, waar het woord klinkt ‘met vermogen’ met macht, het klinkt als nieuwe woorden.

Dat onderricht komt hard aan, want het klinkt anders dan men gewend is. Er zit ‘vermogen’ in. Nu zou je het power kunnen noemen. Het raakt de mensen, omdat er iets van uit gaat. Geen geleerdentaal maar het gaat om en over mensen. Niet zoals de Schriftgeleerden – dat kennen de mensen onderhand wel: ‘voedt het oud vertrouwen weder’. Gerustgesteld door wat je hebt gehoord, een slaapliedje voor je christendommelijkheid. Hè gelukkig: er is nog niets veranderd.
Tot je nieuwe woorden hoort ‘met vermogen’. De luisteraars ‘zijn [dan ook] buiten zichzelf’. Zij zijn zo verbaasd, dat ze elkaar uitvragen, het klinkt bijna naar ruzie: ‘Wat is dit?’ Opnieuw horen wij: ‘Gelijk gaat zijn roep uit…’ Maar deze stem met vermogen roept gelijk ook de tegenstem op: ‘Gelijk is er in hun synagoge een mens in een onzuivere geest.’

Sabbat in Kafarnaüm. Het is uitgestorven. Iedereen is in de sjoel. Geen mens op straat. Een dag waar veel mensen moeite mee hebben, omdat er helemaal niets aan is. Er valt niets te beleven. Jezus heeft gezegd dat de sabbat er is voor de mens en niet de mens voor de sabbat. In Kafarnaüm hoorden ze dat misschien wel voor het eerst, maar sindsdien zijn wij het zowel in de kerk als in de synagoge weer helemaal vergeten. De zo ontstane stilte heet zondagsrust en die hebben we in de loop van de jaren grotendeels overboord gegooid ten bate van de 24-uurseconomie.
Maar was dat de bedoeling? Die dag was, (we horen ook hier alweer het scheppingslied uit Genesis), de dag waarop de ene heerlijk achterover leunde om te zien dat de aarde goed was. Tof, helemaal af! Wat een heerlijk gevoel. Eindelijk alles zoals het moest zijn, de mens werd zichzelf. Dat moet een feestdag blijven, waarvan mensen kunnen genieten. Waarop mensen tot hun recht zullen komen. Maar de mens maakt er iets anders van. Hij zit niet lekker in zijn vel, die mens.
Neem nou die man in de synagoge. Die vastzit ‘in een onzuivere geest’, zo staat het er letterlijk. Als een stevige mantel heeft hij zijn boze afweer om zich heen geslagen. Hij zit er in alsof hij een dikke, kogelvrije, agressieve jas aanheeft. Hij wapent zich acuut tegen wat hier onderricht wordt. Wij mogen die man niet onschadelijk maken door hem een medische kwaal toe te dichten. Het gaat hier om de tegenstem, die gelijk vanuit onszelf altijd weer antwoord wil geven op wat ons ten diepste raakt.

Wat moeten wij hier met nieuwlichterij? Het is altijd zo geweest en zo moet het ook blijven! Laat ons met rust: wil je ons te gronde richten? Hij is niet alleen. Al die mensen die er slecht aan toe zijn. Bezeten door hun werk: voortdurend aanstaan. Hun geld: steeds meer. Hun ambities: steeds hoger. Bezeten door hun eigen gelijk, hun overtuiging. Geheel in beslag genomen omdat ze wel of juist geen werk hebben. Omdat ze niemand hebben om mee te delen. De demonen van laster en leugen; van geweld en haat, die mensen, vrouwen en mannen, in hun greep hebben.
Demonisering van de anderen: anders denkend, anders geaard, moslims, joden, christenen – net hoe het uitkomt. Je hoort het in het krampachtig vasthouden aan traditionele vormen van bijbellezen in de kerken. Kortom, het is daar in Kafarnaüm op sabbat net zoals overal. Het verschil is alleen dat het daar niet zo blijft. Dat er iemand is die laat zien en horen dat het ook anders kan. Jezus geeft hier onderricht.

Merkwaardig: behalve de vraag aan zijn team om hem te volgen, heeft Marcus van Jezus nog geen woord laten horen. Het woord hier, van Jezus en daarmee één van zijn eerste woorden volgens dit evangelie, laat niets aan duidelijkheid te wensen over, letterlijk: ‘Bek dicht!’ Het woord dat hier wordt gebruikt komt van muilkorf. Deze tegenstem wordt gemuilkorfd, onschadelijk gemaakt omdat hij het vermogen van de woorden in de weg staat. Omdat hij de profetie blokkeert.

‘De ene je God zal uit je midden uit jullie broeders een profeet doen opstaan’ zo horen wij in Deuteronomium de belofte van de ene aan zijn mensen via Mozes. Iemand dus die spreekt ‘met vermogen’. Niet een speciale mens, geen uit de hemel gevallen wonderdoener, maar ‘uit je midden’ – heel gewoon één van ons. Dat slaat natuurlijk niet alvast op Jezus, maar achteraf kun je hem er misschien wel in herkennen.
Een profeet is iemand die de actualiteit tegen het licht houdt van Gods genade. Geen toekomstvoorspeller, maar de huidige situatie laten oplichten onder Gods liefde. Een profeet is heel gewoon een medemens die dicht bij je komt staan en zoveel ‘vermogen’ uitstraalt, dat je het leven weer aandurft. ‘Onderricht met vermogen’. Die versufte sabbat, die ingeslapen rustdag en ook die doorgeslagen koopzondag, wordt ‘gelijk’ een feestdag. Omdat mensen zichzelf worden, bevrijd van onzuivere geesten en allerlei bezetenheden en demonen die er zoal heersen. Omdat mensen worden aangesproken op wie zij werkelijk zijn. Bij de hand genomen en weer op hun voeten gezet.

Zo wordt de dag een dag des Heren. Zo wordt de mens kind van God. Zo wordt de wereld zoals ze bedoeld is. Kafarnaüm betekent: ‘dorp van de troost’. Het is op deze sabbat, de dag van de synagoge, de dag van het woord, dat het woord tot leven komt, vermogen krijgt, mensen raakt tot in het diepst van hun ziel, zodat ze buiten zichzelf raken. Woord als stille troost, als intense nabijheid, rakelingse realiteit. Woord dat met je optrekt door je leven. Woord dat je boze jas van afweer op de grond laat vallen. Woord dat je koortsachtige bestaan tot rust brengt. Woord dat je mens maakt, vrouw en man, woord dat mens wordt.

inleiding dr. Valérie Kabergs
preekvoorbeeld dr. Frans Wiersma