- Versie
- Downloaden 1
- Bestandsgrootte 176.08 KB
- Aantal bestanden 1
- Datum plaatsing 1 augustus 2025
- Laatst geüpdatet 1 augustus 2025
Preek heilige Franciscus van Assisi, 4-10-2025
4 oktober 2025
Heilige Franciscus van Assisi
Preekvoorbeeld
Franciscus en Lucas 9,3
10a. Twee burgers van de stad, in hun hart geraakt door Gods genade, kwamen nederig naar Franciscus toe. Een van hen was broeder Bernardus, de andere broeder Petrus. En ze zeiden hem simpelweg: ‘We willen voortaan bij je blijven en doen zoals jij doet. Zeg ons dus wat we met onze bezittingen moeten doen.’ Franciscus was juichend gelukkig over hun komst en hun verzoek en antwoordde hun vriendelijk: ‘Laten we de Heer om raad gaan vragen.’
10b. Ze begaven zich dus naar een kerk in dezelfde stad, gingen er binnen, knielden nederig neer en vroegen biddend: ‘Heer God, Vader van de heerlijkheid, wij vragen U ons in uw barmhartige liefde te laten weten wat we moeten doen.’ Na hun gebed vroegen ze de priester van die kerk, die daar op dat moment aanwezig was: ‘Vader, wees zo goed ons het evangelie van onze Heer Jezus Christus te laten zien.’
11a. Omdat ze zelf nog niet goed wisten hoe ze bij het lezen van het evangelieboek te werk moesten gaan, opende de priester het boek voor hen. Meteen al vonden ze de passage waarin geschreven stond: ‘Als je volmaakt wilt zijn, ga dan alles verkopen wat je bezit, en geef het aan de armen; dan zul je een schat bezitten in de hemel.’ Ze bladerden verder in het boek en vonden toen: ‘Wie mijn volgeling wil zijn…’ enzovoort. En toen ze nog een keer de bladen omsloegen, stuitten ze op: ‘Neem onderweg niets mee…’ enzovoort. Een overweldigende vreugde maakte zich van hen meester toen ze dit hoorden, en ze zeiden: ‘Dat is het wat we verlangden, dat zochten we.’ En de zalige Franciscus zei: ‘Dat zal onze leefregel zijn.’ Daarna sprak hij tot de twee anderen: ‘Je hebt de raad van de Heer gehoord; ga hem dus uitvoeren.’
11b. Broeder Bernardus ging dus heen en omdat hij rijk was, bracht de verkoop van al zijn bezittingen hem veel geld op. Broeder Petrus was echter altijd al arm geweest aan stoffelijke goederen, maar in geestelijke goederen was hij reeds rijker geworden. Ook hij deed wat de Heer hem geraden had. Vervolgens haalden ze de armen van de stad bij elkaar en verdeelden onder hen het geld dat de verkoop van hun bezittingen hun had opgebracht.
[Max Sier, Henk Loeffen, Herinneringen aan broeder Franciscus, deel 2, Haarlem 1985, hoofdstuk II: ‘De eerste twee broeders van de zalige Franciscus’]
Lucas 9,3: ‘Neem niets mee voor onderweg, geen stok, geen reistas, geen brood en geen geld, en ook geen extra kleren’, is een vers uit de uitzendingsrede van de apostelen. Een vergelijking van deze tekst van Lucas met de versies van Matteüs en Marcus laat al zien dat de drie synoptische evangelisten niet helemaal met elkaar overeenstemmen.
In het begin van zijn nieuwe leven heeft Franciscus op verschillende manieren gezocht naar aanwijzingen voor zijn levensvorm. Interessant is dat in de oudste levensbeschrijving (Vita 1) door Thomas van Celano niet over een onderzoek in het evangelie gerept wordt. Daarvoor moeten we te rade gaan bij andere levensbeschrijvingen van Franciscus zoals: het tweede boek van Celano,(Vita 2) en voorts in De legende van de drie gezellen en in de hier geciteerde Herinneringen aan broeder Franciscus. Maar ook die teksten stemmen niet helemaal met elkaar overeen. Alleen dit laatste werk laat een duidelijke verbinding zien met Lucas 9,3.
Op verzoek van de broeders, Bernardus en Petrus, gaat Franciscus samen met hen naar één van de kerken in Assisi, mogelijk de Nicolaaskerk, om het evangelie te raadplegen over de weg die zij zouden moeten gaan. Sommige commentaren interpreteren die gang naar de kerk en het evangelieboek als een oude gewoonte, bekend als de sortes apostolorum. Deze bestond erin dat men drie keer op goed geluk het evangelieboek opende en de tekst die men zo aantrof als een goddelijke aanwijzing beschouwde van hoe te handelen.
In zijn Testament schrijft Franciscus dat hij en zijn broeders ongeleerd, ongeletterd waren. Vaak is dat uitgelegd alsof zij (semi) analfabeten zouden zijn. Dit weerspreekt echter de realiteit. Franciscus las en schreef Latijn. Broeder Pietro was doctor in de rechtsgeleerdheid terwijl van Bernardus eveneens aangenomen wordt dat hij bedreven was in lezen en schrijven.
De anonieme auteur van de Herinneringen aan broeder Franciscus vertelt dat de broeders nog niet goed wisten hoe ze bij het lezen van het evangelieboek te werk moesten gaan. Waarschijnlijk kenden zij het evangelie van de lezingen in de liturgie, zonder precies te weten waar de betreffende tekst te vinden was. De hulp van de priester was zodoende nodig. Als het zou gaan om een consult op goed geluk zouden ze daar geen hulp voor nodig hebben.
We kunnen ons de scène in die kerk als volgt voorstellen. De broeders hebben een idee hoe ze willen gaan leven en zoeken nu een bevestiging daarvan in het evangelie. Maar waar moeten ze precies zoeken? Ze vertellen de priester over hun plan te leven zoals Jezus en de apostelen, waarop de priester voor hen teksten laat zien die met hun plannen overeenkomen.
Nu kan de vraag rijzen of dat wel overeenkomt met de oude biografieën en met wat Franciscus schrijft in zijn Testament: ‘Nadat de Heer mij enkele broeders had gegeven, toonde niemand mij wat ik moest doen, maar de Allerhoogste zelf heeft mij geopenbaard dat ik moest leven volgens het model van het heilig evangelie.’
Hier hoeven we niet direct aan een of andere bijzondere openbaring van God te denken. Franciscus zelf is behoorlijk terughoudend over bijzondere of wonderbaarlijke openbaringen in zijn leven. Nergens schrijft hij over de ervaring voor het kruis van San Damiano of over de stigmatisatie op de Vernaberg. Het feit dat Franciscus en zijn broeders een bevestiging vonden in het evangelie voor de wijze van leven die zij wilden volgen, hebben zij als een openbaring van Gods kant geïnterpreteerd.
Na het vinden van de gezochte evangelieteksten is volgens de auteur de reactie van de broeders: ‘Dat is het wat we verlangden, dat zochten we.’ Deze uitroep lijkt een echo van de beschrijving van Celano in zijn eerste hagiografie waar hij vertelt van de evangelielezing in het kerkje van Porciuncula. Daar hoort Franciscus van de oproep van Jezus om op weg niets mee te nemen. En dan is zijn reactie: ‘Dat is wat ik wil, wat ik zoek, dat is het wat ik wil doen met heel mijn hart’ (1 Cel 22,3).
En nu naar Lucas. Volgens de anonieme auteur van de Herinneringen aan broeder Franciscus werd het evangelieboek drie keer geopend. Bij de derde keer lazen ze: ‘Neem voor onderweg niets mee: geen staf, geen reiszak, geen brood, geen geld. Ook mag niemand twee stel onderkleren bij zich hebben’ (Luc. 9,3).
Aan het begin van de voorlopige redactie van de regel van de minderbroeders wordt hun levenswijze beschreven als: ‘leven in gehoorzaamheid, in kuisheid en zonder eigendom, en de leer en de voetstappen van onze Heer Jezus Christus volgen’ (RnB 1,1).
Voor Franciscus en zijn twee gezellen was de Lucastekst die zij in de kerk te horen kregen blijkbaar een duidelijke aanwijzing hóe zij in de voetstappen van onze Heer Jezus Christus moesten treden. Deze immers was nog armer dan de vossen die hun holen of dan de vogels die hun nesten hadden, terwijl de Mensenzoon zelfs niets had om zijn hoofd op te leggen (Mat. 8,20).
Gerard van Buul OFM