- Versie
- Downloaden 34
- Bestandsgrootte 264.69 KB
- Aantal bestanden 1
- Datum plaatsing 10 april 2026
- Laatst geüpdatet 10 april 2026
Preek 5e zondag Pasen, A jaar, 3-5-2026
3 mei 2026
Vijfde zondag van Pasen
Lezingen: Hand. 6,1-7; Ps. 33; 1 Petr. 2,4-9; Joh. 14,1-12 (A-jaar)
Inleiding
Gezegend de lezer,
gezegend die horen wat God voor ogen staat,
dat wij ter harte nemen
wat hier klinkt, want de tijd dringt.
(Andries Govaart)
Helaas wordt er tussen Pasen en Pinksteren niet uit het Oude Testament voorgelezen. Daarom is het aan te bevelen om Psalm 33 als antwoordpsalm te bidden of te zingen.
Handelingen 6,1-7
De evangelist Lucas heeft een tweedelig werk geschreven: Het evangelie volgens Lucas, en de Handelingen van de apostelen. Het bijbelboek Handelingen is het verhaal van een serie bewegingen: van Jeruzalem naar Rome, van de Joden naar de heidenen, van Petrus naar Paulus. De auteur spreekt van de middelpuntvliedende dynamiek die het jonge christendom voortbeweegt.
De apostelen getuigen van Jezus die gekruisigd is en door God weer tot leven gewekt is. Hij zit nu aan Gods rechterhand en is door God tot leidsman en redder verheven om Israël tot inkeer te brengen en het zijn zonden te vergeven (2,29-32). Het succes van de apostelen roept verzet op.
Eerst worden Petrus en Johannes gearresteerd, de beide voormannen van de gemeente die in het eerste deel van Handelingen (1–12) de hoofdrol spelen. Later worden alle apostelen gevangengenomen omdat de hogepriester en zijn bondgenoten jaloers zijn. Tot regelrechte vervolging komt het pas nadat zeven helpers zijn gekozen voor de zorg en bediening van het evangelie onder Griekssprekenden.
In onze perikoop (6,1-7) komt er een conflict in de gemeente aan het licht. De onderlinge band zoals die bedoeld was blijkt toch ook broos: ‘Allen die tot geloof gekomen waren, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten hun eigendommen en bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde (2,43-47).
De Griekstaligen verwijten de Hebreeuwssprekenden dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning achtergesteld worden (6,1). De apostelen treden kordaat op: zij roepen heel de gemeente van leerlingen bijeen en komen met een voorstel. De zorg voor de weduwen (exemplarisch voor de verarmden) gaat hun ter harte: ‘van weduwen mag u het overkleed niet in pand nemen’ (Deut. 24,17-21; Jes. 10,1-3). Om de verkondiging van Gods woord niet in gevaar te brengen, dienen de leerlingen zeven wijze mannen met goede faam uit te kiezen om de zorg van de weduwen op zich te nemen. Alle leerlingen stemmen met dit goede voorstel in.
Met gebed en handoplegging worden de zeven mannen aangesteld.
1 Petrus 2,4-9
Zie: P. van Veldhuizen, ‘In de wereld staan. De eerste brief van Petrus’ in: Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Steenrots en struikelblok. Petrus in de Evangelies, Handelingen en brieven, Vught 2017, 94-103.
Johannes 14,1-12
Onze perikoop (Joh. 14,1-12) vormt een onderdeel van 14,1–16,33 waarin Jezus meerdere afscheidsredes spreekt. Jezus geeft aan zijn leerlingen een nieuwe opdracht: ‘Heb elkaar lief. Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn’ (13,34v). Jezus’ liefdesleven is het voorbeeld en criterium voor de onderlinge liefde van zijn leerlingen, het is hun handelsmerk (vgl. de lezing uit Handelingen). Nu Jezus afscheid is aan het nemen, bemoedigt Hij zijn leerlingen. Zij hoeven niet ongerust te zijn, vertrouw op God en op Mij. In het gastvrije huis van Jezus’ Vader is volop plek, daar zal Jezus een plaats voor hen gereedmaken, en zullen zij met Hem zijn (Joh. 2,16: de tempel).
Op een vraag van Tomas, waar Jezus naartoe gaat, antwoordt Jezus: ‘Ik ben de weg, de betrouwbare ten leven’ (14,6). Jezus is de toegang naar de Vader, wie Jezus ziet, ziet de Vader, want Jezus en de Vader zijn één. Zij vormen een liefdesgemeenschap.
‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ benadrukt een punt dat door het hele evangelie weerklinkt: de enige manier om in een verbondsrelatie met God te kunnen staan, is door het geloof in Jezus als Gods Zoon en Israëls messias. Deze tekst is daardoor inclusief: hij sluit alle gelovigen in Christus in, maar benadrukt ook dat degenen die Christus niet belijden zijn uitgesloten van een relatie met God. Dit aspect wordt bijvoorbeeld ook benadrukt in de liefdesgeboden’ (13,34; 14; 15,21; 15, 12-17). Dergelijke uitspraken bevestigen nadrukkelijk het geloof in Jezus’ centrale en essentiële rol in Gods reddingsplan dat in dit evangelie tot uiting komt; volgens dit evangelie bestaat er geen andere weg naar het heil. Daarmee wordt ook de solidariteit binnen de groep benadrukt, verenigd in dit geloof tegenover alle anderen die niet in dit geloof delen (Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen, 219).
Al is Hij opgenomen,
houd in herinnering,
dat Hij terug zal komen,
zoals Hij van ons ging,
Wij leven van vertrouwen,
dat wij zijn majesteit
van oog tot oog aanschouwen
in alle eeuwigheid.
(J.W. Schulte Nordholt, Liedboek 234: 2.)
Literatuur
G.P. Freeman en H. Janssen, ‘Handelingen van de Apostelen, Wereldwijd’, in: De Bijbel spiritueel, Zoetermeer/Kapellen 2004, 60
A. Govaart, De weg die je goeddoet, 65, Middelburg 2022.
A-J. Levine/M.Z. Brettler, Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen, NBV21, Haarlem/Antwerpen 2024.
Preekvoorbeeld
We hebben geluisterd naar een mooi maar ook wel moeilijk stuk uit het Johannesevangelie.
Het is een fragment uit Jezus’ afscheidsrede op de avond dat Hij gevangen wordt genomen. Woorden van Jezus, wanneer Hij voor het laatst met zijn leerlingen aan tafel zit. Het is de avond voor zijn lijden: Witte Donderdag.
Het zijn moeilijke woorden maar ook woorden, die aansluiten bij diepe verlangens in ons. Het eerste fragment van Jezus’ rede wordt nogal eens gekozen bij een uitvaart. Het stuk waar Jezus zegt: In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen…
Wat treft ons zo in Jezus’ woorden, waarom is dit zo’n geliefde tekst? Om verschillende redenen:
- omdat de man of vrouw van wie afscheid wordt genomen ervaren is als iemand, die echt ruimte had voor de kinderen en kleinkinderen, soms zo verschillend in denken en doen dan de overledene zelf. Hij of zij doet denken aan de Vader over wie Jezus het heeft.
- soms ook omdat het een lastige vader of moeder betreft. Het schriftwoord is dan een uitdrukking van een verlangen, dat ergens toch Iemand is bij wie deze vader of moeder thuis kan komen, aanvaard wordt. Een verlangen dat die vader of moeder diep in het hart wel gedeeld werd, maar waar deze ook mee worstelde… een vader of moeder, een partner, bij wie de kamer vaak te klein was.
Een verhaal: Freek de Jonge vertelt in het boekje Door de knieën over zijn vader die dominee was. Die vader had moeten dulden, dat zijn vader, Freeks opa, met verpletterende geloofszekerheid op zijn vingers keek als hij aan een preek werkte. Die vader verhinderde de geest bij de zoon te komen, zegt Freek. Voor sommigen van ons zal dit herkenbaar zijn. Een vader of moeder, die je zo dicht op de huid zit, dat er geen ruimte is, geen adem. Weinig ruimte voor geloof, vertrouwen, eigen ontwikkeling. De goede geest en ook ‘de heilige Geest’ krijgt het dan moeilijk.
Je kan ook schrikken, tot de ontdekking komen hoe jij je kinderen of de mensen in je omgeving op de huid zit. Je zegt ze alle ruimte te geven, vertrouwen, maar is dat ook zo!?...
Jezus zegt: ‘In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.’
Hij gaat heen om een plaats voor ons te bereiden bij die Vader.
Hij gunt zijn leerlingen, Hij gunt ons te verblijven in diezelfde ruimte waarin Hij verkeert, de ruimte van Gods barmhartigheid, zijn mildheid. Jezus belooft de leerlingen terug te komen en ze dan mee te nemen, naar de plaats, naar de ruimte, waarin en waaruit Hij leeft.
Het is wat de leerlingen altijd al gewild hebben. Als ze Jezus voor het eerst zien daar bij de doop aan de Jordaan, gaan ze Hem achterna. Jezus draait zich om en vraagt: ‘Wat verlangt gij?’ Ze antwoorden: ‘Verblijven, waar u verblijft.’ ‘Kom mee’ zegt Jezus, ‘om te zien.’
Het hele Johannesevangelie kun je lezen als een verhaal waarin de leerlingen Jezus achternagaan om te zien waar Jezus zich ophoudt, in welke ruimte Hij zich beweegt. Het gaat hier niet om een optrekje in Nazaret of Jeruzalem, maar om een geestelijke ruimte, een gebedsruimte en een ruimte waar je kracht, vrijheid en liefde ervaart.
Is dat ook ons verlangen? Een ruimte, waarin je op adem kan komen, de ruimte waarin je mag zijn zoals bent met je vermoeidheid, je vreugde, je vuile was, een ruimte waarin je je bemind en gekoesterd weet.
‘Hoe kunnen we daar komen?’, vragen de leerlingen. ‘Heer, we weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten we dan de weg kennen?’
‘Door Mij’, zegt Jezus. ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’…
In die ruimte kun je komen door Jezus’ weg te gaan: dat is door te durven vallen, te durven verliezen, los te laten, door je over te geven…
Door de Waarheid te laten zijn: de waarheid over onszelf en elkaar – dat die er moge zijn. Dat je ware verhaal verteld mag worden, dat je er mag zijn, ons verhaal, waar we soms met grote bogen om heen draaien, dat we in grote woorden wikkelen. Hoe bevrijdend als je er in alle openheid en eerlijkheid mag zijn!
Nou denk je misschien: het evangelie en ook die preek worden mij een beetje zweverig.
Voor Jezus is het verblijven in de ruimte van de Vader niet zweverig, niet iets vaags. Het uit zich in de werken, hoe we met elkaar omgaan.
Wie gelooft doet de werken, die Ik doe, zelfs grotere dan die Ik doe…
Geloven in Jezus uit zich uiteindelijk in woorden en daden…!
Woorden, in daden, waarom doen we het niet. Is ons hart nog te verontrust?
‘Laat uw hart niet verontrust worden…,’ zegt Jezus ons.
inleiding Henk Janssen OFM
preekvoorbeeld drs. Hans Schoorlemmer
Ontleend aan ‘de mystieke molen’, sculptuur basiliek Sainte-Marie-Madeleine,