Preek 32e zondag door het jaar, A jaar, 8-11-2026

[featured_image]
  • Versie
  • Downloaden 0
  • Bestandsgrootte 212.31 KB
  • Aantal bestanden 1
  • Datum plaatsing 8 oktober 2026
  • Laatst geüpdatet 8 oktober 2026

Preek 32e zondag door het jaar, A jaar, 8-11-2026

8 november 2026
Tweeëndertigste zondag door het jaar

Lezingen: Wijsh. 6,12-16; Ps. 63; 1 Tess. 4,13-(14)18; Mat. 25,1-13 (A-jaar)

 

Inleiding

Na David kwam zijn wijze zoon,
die dankzij hem ongestoord kon wonen.
Salomo was koning in een tijd van vrede,
God gaf hem aan alle kanten rust
om een huis te bouwen voor Gods Naam.
Hoe wijs was u in uw jeugd,
Uw geest bevloeide de aarde
en u vulde haar met spreuken en raadsels.
Tot aan verre eilanden reikte uw naam
en u was geliefd omdat u vrede bracht.
(Sirach. 47,12-16)

Geschriften-lezing: Wijsheid 6,12-16
De eerste schriftlezing is uit het boek Wijsheid van Salomo. Het is een van de jongste boeken uit de Septuagint en wordt – met het ideaalbeeld van de wijze koning – toegeschreven aan koning Salomo. Het boek Wijsheid staat in de traditie van de wijsheidsliteratuur uit de wereld van het oude Nabije Oosten.

In het boek Wijsheid speelt gerechtigheid een grote rol: ‘Heb de gerechtigheid lief, heersers van de wereld, zoek Hem met een eerlijk geweten’ (1,1v). Vrouwe Wijsheid roept op om de weg van inzicht te betreden (vgl. Spr. 9,1-6). Bij wijsheid gaat het om ervaringswijsheid en (aan)geleerde wijsheid; zij is ook niet ver te zoeken: ‘Wie voor zonsopgang opstaat om haar te zoeken wordt niet moe; hij vindt haar pal voor zijn deur (neus)’.

In onze perikoop (6,12-16) wordt de Wijsheid bezongen: ‘schitterend en onvergankelijk is zij’ (v. 12). Wie haar liefhebben, haar zoeken en naar haar verlangen leert haar dadelijk kennen (vv. 12-13). De wijsheid is op zoek naar mensen die haar waard zijn. Wijsheid begint met oprecht verlangen naar onderricht (17). óp naar het leerhuis!

1 Tessalonicenzen 4,13-(14)18
Zie: Theo A.F.M. van Adrichem ofm, ‘1 Tessalonicenzen. Het eerste geschrift van Paulus’, in: Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Paulus zelf, Vught 2014, 20162, 20-27

Evangelie-lezing: Matteüs 25,1-13
Tegen de achtergrond van Wijsheid horen wij het verhaal van tien meisjes die naar de bruiloft gaan; zij hebben hun olielampen bij zich en gaan de bruidegom tegemoet. Helaas laat de bruidegom op zich wachten. De tien meisjes worden slaperig en dommelen in. Midden in de nacht schrikken de meisjes wakker van een luid geroep: ‘daar is de bruidegom, ga hem tegemoet!’ (‘De mensen die zich hebben voorbereid op het feestmaal van de koning zullen de geneugten ervan genieten, wie niet is voorbereid zal lijden,’ b.Sjabb.153a).

Ze brengen hun olielampen in orde en dan blijkt dat de helft van de meisjes te weinig olie heeft meegenomen. Zij vragen aan de andere meisjes om olie maar deze weigeren (Ga zelf maar olie kopen!). De bruidegom arriveert en zij die klaarstaan, gaan met de bruidegom naar binnen voor het bruiloftsfeest en de deur wordt gesloten. De andere meisjes komen voor een gesloten deur en roepen: ‘Heer, Heer, doe open voor ons!’ Maar de deur blijft gesloten, want hij ‘kent’ hen niet: ik heb met jullie niets te maken. Afsluitend zegt Jezus: ‘Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip Hij komt (Mat. 24,42).

Lampen gecombineerd met olie dient vaak als metafoor voor gerechtigheid en goede werken: ‘uw woord is een lamp voor mijn voet een licht op mijn pad’ (Ps. 119,105).

Aan de deur van ’s harten woning
klopt des hemels Bruidegom:
op, ontwaakt, de nacht is om.
Buiten wacht uw Heer en Koning:
kom mijn bruid, die ik bemin,
doe open. Laat mij in!
E. Smelik LvK 295:1

Literatuur
A.J. Levine / M.Z. Brettler, Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen, Haarlem 2024.
idem, Hebräische Bibel und Altes Testament, Stuttgart 2024.

 

Preekvoorbeeld

Het verhaal van de vijf verstandige en de vijf domme meisjes heb ik nooit erg sympathiek gevonden. Die vijf verstandige zijn nuffig en de bruidegom is een potentaat die eerst eindeloos op zich laat wachten en vervolgens keihard afstraft. De vijf domme meisjes zijn een stel sloddervossen voor wie je ook niet veel sympathie kunt voelen. Al met al is het maar een stroef verhaal. Maar we moeten het ermee doen, een ander hebben we vandaag niet.

Een van de interessante dingen van de Bijbel is dat lang niet alles wat erin staat gemakkelijk verteerbaar is en precies op onze maat gesneden. Ook niet alles is sympathiek. Het is daarbij belangrijk te bedenken dat de verhalen ons verteld worden door mensen die lang geleden leefden en bovendien onder heel andere omstandigheden dan de onze. Het is daarom niet onbegrijpelijk dat ze regelmatig beelden kiezen en een toon aanslaan die niet direct aansluiten op onze belevingswereld. Toch lezen we hun verhalen en kan het gebeuren dat we erdoor geraakt worden, ondanks hun vreemdheid. Waar zou dat door komen? Dat is, denk ik, omdat de schrijvers iets willen delen met de wereld, en dus ook met ons, dat hen zeer ter harte gaat: hun ervaring met God, met God die ruimte wil scheppen, hen op een nieuw spoor wil zetten, hen wil bevrijden van angst en besluiteloosheid. En dat is inspirerend.

Laten we nog eens kijken naar de lampen die de meisjes bij zich hebben en waarvoor olie nodig is om ze te laten branden. In een tijd waarin straatlantaarns niet bestonden, hing, als je 's avonds in het donker op pad moest, alles af van je eigen lamp. Ook in je eigen huis kon je niet rekenen op de openbare nutsvoorzieningen en moest je zelf zorgen voor verlichting. Een lamp was niet alleen een volstrekt noodzakelijk gebruiksvoorwerp, het was als vanzelf ook een beeld, een symbool dat stond voor inzicht, verstandigheid en verantwoordelijkheid. Van de tien meisjes zijn er vijf die wel verstandig en verantwoordelijk zijn en vijf die tekortschieten.

Er zijn in het leven verantwoordelijkheden die we niet aan anderen kunnen overlaten. Als je er over nadenkt, zijn dat er best veel. En eigenlijk is dat maar goed ook, want wat blijft er over van je leven als je nergens verantwoordelijk voor bent? Als er niemand is aan wie je antwoord moet geven? Verantwoordelijk zijn wil zeggen: een antwoord verschuldigd zijn aan iemand die je nodig heeft. Wij mensen leven samen met anderen en die hebben ons nodig, zo goed als wij hen nodig hebben.

We zijn voor elkaar verantwoordelijk. Je zou leven kunnen omschrijven als een weg waarop we ons steeds verder bekwamen in dat over en weer antwoorden en verantwoordelijk zijn. Als we in bepaalde situatie beseffen: dit is mijn pakkie-an, dit moet ik opknappen, en we doen het ook, dan zetten we weer een stap verder op onze levensweg, dan zijn we weer iets wijzer geworden, ook als er iets niet helemaal goed gaat of zelfs mislukt. Ook van mislukkingen kunnen we leren. We kunnen ervan leren, als we er de verantwoordelijkheid voor nemen.

Het verhaal van het evangelie van vandaag vertelt over een aanstaande bruiloft waarop de meisjes zich voorbereiden. Ze wachten op de komst van de bruidegom. Die bruiloft en de bruidegom, dat zijn overduidelijk beelden die staan voor iets groots en iets belangrijks. De mensen die dit verhaal uit de mond van Matteüs hoorden dachten daarbij misschien aan de wederkomst van de verrezen Christus of aan het Koninkrijk der hemelen, waar Jezus zo vaak over gesproken had. Ze hadden van Hem geleerd dat de wereld zoals die toen was en eigenlijk nog steeds is, met z’n vele onoplosbare problemen, geweld en onrecht, werkelijk kan veranderen. Voor God is niets onmogelijk.

Bij die wereld die kan veranderen, hebben wij een rol te spelen, en die heeft te maken met die olie voor de lampen. Daar moeten wij zelf voor zorgen.

De eerste lezing van vandaag zegt daar ook iets over en is eigenlijk een verrassende aanvulling op het evangelie, waar het erop lijkt dat de meisjes flink op pad moeten om olie voor hun lampen te kopen. De eerste lezing zegt: de wijsheid, of de verstandigheid en verantwoordelijkheid, die hoeven we niet ver weg te zoeken. We vinden die voor onze deur. Ze laat zich gemakkelijk vinden voor wie ervoor openstaat.

We hoeven dus geen ingewikkelde dingen te doen om te ontdekken waarvoor we verantwoordelijk zijn en waarvan we wijzere, verstandiger mensen kunnen worden. Het ligt voor onze deur, dat flesje olie voor onze lampen ligt voor onze deur. We hoeven het maar te zien en op te rapen.

Inleiding Henk Janssen OFM,
Preekvoorbeeld drs. Marc G.J. van der Post