6e zondag dhj, jaar B, 11-2-2024

[featured_image]
Downloaden
Download is available until [expire_date]
  • Versie
  • Downloaden 36
  • Bestandsgrootte 160.33 KB
  • Aantal bestanden 1
  • Datum plaatsing 4 december 2023
  • Laatst geüpdatet 4 december 2023

6e zondag dhj, jaar B, 11-2-2024

11 februari 2024
Zesde zondag door het jaar

Lezingen: Lev. 13.1-2.44-46; Ps. 32; 1 Kor. 10,31–11,1; Mar. 1,40-45 (B-jaar)

Inleiding
Leviticus 13,1-2.44-46 – Gezondheid!
De eerste lezing is uitdrukkelijk gekozen om iets uit te leggen over een aspect van het verhaal in het Evangelie van vandaag. De tekst van deze eerste lezing bestaat uit maar vier verzen die ver uit elkaar liggen. Het zijn de eerste verzen van hoofdstuk 13 en de laatste twee die gaan over huidziekten. In de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, is deze huidziekte vertaald met ‘lepra’. En dat is een gangbaar woord geworden in andere vertalingen en weer vertaald met ‘melaatsheid’, ‘huidvraat’. Dit woord melaatsheid wordt in het Evangelie ook gebruikt. In het hele hoofdstuk 13 van het boek Leviticus, gaat het over meer vormen van rituele onreinheid. Dit gaat soms wel met hygiëne en passende maatregelen samen. Maar niet altijd. Het beslissende punt is dat rituele onreinheid betekent dat je in die situatie niet in de tempel – en later ook niet in de synagoge – mocht komen. De drager van onreinheid – bijvoorbeeld door een huidziekte, door contact met een lijk, door contact met bloed zoals vrouwen in menstruatietijd (!) – was uitgesloten van religieuze activiteiten. De getroffene was dus in een religieuze maatschappij ook uitgesloten van de gewone mensengemeenschap. Enerzijds was dat ooit een vorm van quarantaine, maar het werd al gauw een vorm van isolatie, ook in morele en sociale zin. Het is eigenlijk jammer dat er niet nog een paar verzen van dit hoofdstuk gekozen zijn om voor te lezen. Nu ontgaat aan de hoorder de draagwijdte van de bepalingen uit dit boek Leviticus.

Psalm 32
De keuze voor Psalm 32 is daarom ook opmerkelijk. Deze tekst is het gebed van iemand aan wie zonden zijn vergeven. De keuze voor deze combinatie wekt de schijn dat de huidziekte een vorm van straf voor een begane zonde is. Dat is bij de huidziekte waar de eerste lezing over gaat niet het geval. Rituele onreinheid is lang niet altijd een (gevolg van) zonde. Maar waar het gaat om uitsluiting van het virtuele contact met God, is de zonde ook zo’n situatie. De zondaar staat ook op afstand van het virtuele contact met God. Maar er is bedekking van de zonde, vergeving mogelijk. Nieuw contact met God.

Marcus 1,40-45
De Evangelielezing laat ons zien hoe een ‘melaatse’ – iemand met een huidziekte dus – Jezus benadert. De zieke komt op Jezus toe, valt op zijn knieën en smeekt: ‘Als Gij wilt, kunt gij mij reinigen’. De man houdt zich daarmee niet aan de regels zoals in die de Tora staan – in Leviticus in dit geval. Maar Jezus wordt innerlijk bewogen, door medelijden bewogen, kiest onze vertaling. En Jezus maakt contact. Hij vermijdt het niet. Hij zoekt het contact! Hij steekt zijn hand uit, raakt hem aan en zegt: ‘Ik wil, word rein.’ Terstond verdwijnen de ziekteverschijnselen en wordt hij gereinigd. En Jezus vermaant hem om aan niemand iets te zeggen, maar de regels van de Tora van Mozes te gehoorzamen ‘om ze het bewijs te leveren’. Maar daar houdt de man zich niet aan. Hij geeft juist ruchtbaarheid aan wat er met hem gebeurd is. En daardoor moet Jezus de eenzaamheid zoeken.

Opmerkelijk in dit verhaal is dat Jezus zich op het eerste gezicht ook niet aan de Tora lijkt te houden. Hij vermijdt, om onreinheid te voorkomen, het contact niet, Maar hij zoekt het contact. Hij is kennelijk immuun voor de besmetting. Zijn contact met God is zijn immuniteit. En zijn uitspraak ‘Ik wil, word rein’ past daar ook bij. De reiniging is een zaak van God. Het Grieks gebruikt een ‘passivum theologicum’, de lijdende vorm om Gods naam te vermijden en toch Zijn activiteit weer te geven: ‘wordt gereinigd’ staat er letterlijk. De vaststelling van de reinheid moest door een priester gedaan worden. Daar stuurt Jezus de man ook naar toe. Zo houdt Jezus zich wel aan de Wet van Mozes!

Dit verhaal is het derde genezingsverhaal in het eerste hoofdstuk van Marcus. Na de uitdrijving van een boze geest bij een man in de synagoge van Kafarnaüm en de uitdrijving van de koorts bij de schoonmoeder van Simon (Petrus), is dit weer een genezing, nu van de huidziekte. De overeenkomst tussen deze drie is dat het contact van een mens met God hersteld wordt door Jezus. Dat houdt een mens pas echt gezond!
Marcus schrijft zijn Evangelie voor een gemeente die, aan de belegering van Jeruzalem ontkomen, ergens in Galilea leeft: zie Marcus 16,7. Galilea is in het Hebreeuws hagalil. Dat betekent letterlijk ‘de Kring’. Jezus toont zich de Levende in de Kring: de kring van Zijn leerlingen!!
Alle Kerken die het Oecumenisch Leesrooster volgen, lezen vandaag ook ‘Als Gij wilt kunt Gij mij reinigen’. Dat is het contact met God, de Vader van Jezus, herstellen. En Jezus zegt nu ook tot deze mensen die zo bidden: ‘Ik wil, word gereinigd’. Dan past het om hier Psalm 32 te bidden.

1 Korintiërs 10,31–11,1
De tweede lezing is een voortzetting van de semi-continue lezing uit de Eerste Brief van Paulus aan de christenen van Korinte. In de voorgaande zondagen is er ook steeds een gedeelte uit gelezen. Vandaag worden de slotverzen van hoofdstuk 10 en het eerste vers van hoofdstuk 11 gelezen. Paulus schrijft over een probleem dat in onze cultuur niet meer bestaat. Mag je eten van vlees dat aan afgoden is geofferd en dat voor een deel na het offer in de markthal verkocht werd. Paulus vindt dat dat geen probleem is, maar als je er anderen aanstoot mee geeft, laat het dan na. En dat geldt ook voor het drinken van wijn die gemeenschap uitdrukt. Je kunt niet uit de beker van de Heer drinken en uit de beker van de demonen, je kunt niet deelnemen aan de Tafel van de Heer en ook aan de tafel van de demonen (1 Kor. 10,11). Doe alles tot eer van God en geef geen aanstoot. Paulus roept op tot navolging, zoals hijzelf navolger van Christus is. Het probleem van het offervlees en maaltijd houden met afgodendienaars is voorbij. Maar de conclusie die Paulus eraan verbindt: doe alles tot eer van God, overstijgt de tijdgebonden problemen.

Zie: H.M.J. Janssen ofm, ‘1 Korintiërs. De apostel Paulus, een bewogen apostel’ in: Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Paulus zelf, Vught 2014, 20162, 41-56

 

Preekvoorbeeld
De communicatie tussen Jezus en de melaatse is een geestelijk en lichamelijk gebeuren. De evangelist Marcus vat het in vier werkwoorden samen: Jezus toont ontroering, hij steekt zijn hand uit, hij raakt de melaatse aan, en hij spreekt hem aan. Jezus is een en al communicatie. Zijn hart, zijn arm, zijn hand, zijn mond en zijn stem, zijn hele lichaam zegt dat de melaatse kind van God is en dat niets van wat hem is overkomen, hem losmaakt van God. De melaatse ervaart aan den lijve dat het koninkrijk van God er aankomt. Dit is de kern van het evangelie van vandaag en we zouden het hierbij kunnen laten.

Toch zitten er in dit verhaal elementen, waar je als lezer uit de eenentwintigste eeuw niet goed mee uit de voeten kunt. In onze bijbelgroep riep iemand: ‘Hoe komt Marcus er bij een zieke als ‘onrein’ te kijk te zetten?’ Inderdaad heeft Marcus het over het reinigen van een onreine. We vroegen ons dus af wat ‘onrein’ in dit verhaal betekent. Betekent het vuil, ongewassen of onhygiënisch? Nee, het reinigen van Jezus heeft niets te maken met Cif, Dreft of Ajax. Of is onrein misschien hetzelfde als onkuis of oneerbaar of onzedig? Nee, daarvoor gebruikt de bijbel andere woorden. Bladerend in de Bijbel merkten we dat onreinheid in die oude culturen niet te maken had met immoreel gedrag. Onreinheid was iets wat een mens buiten zijn schuld aankleefde, iets wat hem overkwam. Mensen konden onrein worden door een huidziekte, een geslachtsziekte of door menstruatie, en ook door het eten van bepaalde dieren en het aanraken van dode lichamen. Bij uitstek onrein was een melaatse, zoals blijkt uit het Boek Leviticus, waaruit we zojuist gelezen hebben. In de tijd van Jezus kreeg een onreine een ratel mee en een belletje om de nek en werd zo de wildernis ingestuurd. Hij mocht vooral niet in de tempel komen. Hij moest bij God en bij de mensen uit de buurt blijven.

De prediking van Jezus was revolutionair. Onverschrokken doorbrak Jezus de taboes rond reinheid en onreinheid. Hij zei kort en krachtig dat niets van wat een mens overkomt hem onrein maakt. Waar het om gaat is of je hart rein is. Wat onrein maakt zijn de troebele begeerten die je koestert in je hart, jaloezie, laster, hoogmoed en diefstal. Door dit soort uitspraken werd Jezus een teken van tegenspraak. Volgens Joodse leiders ontwrichtte hij de samenleving. Maar voor de paria’s van diezelfde samenleving kwamen de woorden van Jezus als een bevrijding. Ze wisten nu dat ze welkom waren bij God en dat ze er bij hoorden. Er kwam een einde aan de akelige regels rond rein en onrein. Christenen moeten zich vrij voelen, zegt Paulus in de tweede lezing. Ze mogen rustig alle vlees eten, zelfs wanneer het gaat om vlees dat geofferd is in de heidense tempels. En als ze het niet doen, dan is het niet omwille van de wet, maar omwille van de naastenliefde, om geen aanstoot te geven aan medegelovigen met een scrupuleus geweten. In de oudste christengemeenschappen rond Paulus circuleerde de spreuk: ‘Voor de reinen is alles rein’ (Titus 1,15).

Maar als Jezus de taboes rond ‘rein’ en ‘onrein’ heeft doorbroken, waarom gaan we dan toch door met het lezen van het verhaal van de onreine melaatse? Een voor hand liggende reden is van praktische aard. Elk jaar wordt in deze tijd, om precies te zijn op de laatste zondag van januari, Wereld Lepradag herdacht. Dit jaar was dit 27 januari. Lepra komt wereldwijd nog steeds voor in 150 landen van Azië, Afrika en Zuid-Amerika. We weten dat het om een ernstige ziekte gaat die niets met onreinheid te maken heeft, maar die niettemin – ook nu nog steeds – in veel landen leidt tot sociale uitsluiting. Het evangelie van vandaag inspireert ons het werk van Jezus voort te zetten via een bijdrage aan het werk van een van de stichtingen die zich inzetten voor de genezing en de sociale aansluiting van melaatsen.

Maar de boodschap van het evangelie gaat verder dan het zuidelijk halfrond. Sociale uitsluiting is iets van alle culturen en tijden. ‘Het lijkt wel of ik besmet ben’, verzuchtte een ex-gedetineerde na de zoveelste poging om een baantje te krijgen. ‘Nu ik een baan heb, word ik nog steeds gepest, en ik weet niet waarom’, zegt een oud-leerling van het vwo in een tafelgesprek over pesten. In een ingezonden brief zegt een lezer naar aanleiding van een bespreking van een Marokkaanse film: ‘Maar uiteindelijk is het een film voor Marokkanen, niet voor ons’, een manier om landgenoten op te splitsen in ‘wij’ en ‘zij’. We houden dit alles tegen het licht van het evangelie van vandaag. Jezus laat zijn hart spreken, hij steekt zijn hand uit, hij maakt contact en hij spreekt zoals God sprak in den beginne, zoals het Boek Genesis zegt: ‘Hij sprak en het gebeurde.’ De man was genezen en hoorde er bij. Dit is de manier waarop Jezus geneest en gemeenschap sticht, steeds opnieuw, ook bij ons, door ons, hier en nu.

inleiding drs. Henk Berflo
preekvoorbeeld dr. Jan Hulshof sm