- Versie
- Downloaden 4
- Bestandsgrootte 205.46 KB
- Aantal bestanden 1
- Datum plaatsing 30 juli 2026
- Laatst geüpdatet 30 juli 2026
Preek 28e zondag door het jaar, A jaar, 11-10-2026
11 oktober 2026
Achtentwintigste zondag door het jaar
Lezingen: Jes. 25,6-10a; Ps. 23; Fil. 4,12-14.19-20; Mat. 22,1-(10)14 (A-jaar)
Inleiding
Profeten-lezing: Jesaja 25,6-10a
Na een uitvoerig oordeel over de aarde en haar bewoners (Israël en de volken) – zij hebben de aarde ontheiligd en het eeuwig verbond verbroken (Jes. 24) – klinkt er in Jesaja 25 een uitbundig danklied: ‘Barmhartige, U bent mijn God, hoog zal ik U prijzen, uw Naam loven. Want wonderbaarlijk zijn uw daden, sinds mensenheugenis hebt U uw plannen uitgevoerd, trouw en betrouwbaar’ (25,1).
U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand,
U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over. (Ps. 23,5).
De Barmhartige, die trouw en betrouwbaar is, bevestigt zijn liefdesband met alle volken door een uitbundig feestmaal op de berg Sion aan te richten. Het beste is niet goed genoeg: uitgelezen gerechten en wijnen die op dronk zijn. God blijkt een goede gastheer te zijn!
Bovendien ontsluiert Hij alle volken, vernietigt de dood, wist alle tranen en neemt Hij de smaad van zijn volk van de aarde weg.
Men heeft duidelijk ervaren dat ‘Hij onze God is!’ De Heer is onze hoop, Hij heeft ons gered. Daarom zijn wij blij en juichen, want de hand van de Barmhartige rust op de berg Sion (vgl. 26,1- 4).
De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan,
van spijs en merg, van uitgelezen wijnen;
van heinde en ver zal men aan tafel gaan,
de Heer is gul en goed voor al de zijnen.
[W. Barnard, LvK 27,1]
Filippenzen 4,12-14.19-20
Zie: Bert Jan Lietaert Peerbolte, ‘Filippenzen. Wat navolging verdient’ in: Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Paulus zelf, Vught 2014, 20162, 90-95
Evangelie-lezing: Matteüs 22, 1-14
Als echte Zoon van zijn Vader houdt Jezus van feestelijke maaltijden. In zijn onderricht aan hogepriesters, oudsten en farizeeën vertelt Hij aan hen een gelijkenis: ‘het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.’
Jezus lijkt geïnspireerd te zijn door de woorden van de profeet Jesaja (25,6-10).
Wanneer alles voor het bruiloftsmaal gereed is worden de genodigden gevraagd om te komen, maar zij negeren de uitnodiging en gaan hun eigen bezigheden doen. Sommigen mishandelen de dienaren van de koning. In woede ontstoken laat de koning de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken.
Hij geeft zijn dienaren de opdracht om bij de toegangswegen van de stad iedereen uit te nodigen die ze tegenkomen, zowel de goede als de slechte. Nu is de bruiloftszaal snel gevuld en komt de koning zijn gasten begroeten. Onder zijn gasten ontdekt hij iemand die geen bruiloftskleed draagt, daarom geeft de koning zijn hofdienaars de opdracht om hem in de uiterste duisternis te werpen, ‘waar men jammert en knarsetandt’. Geen bruiloftskleed aan hebben is blijkbaar een ernstig vergrijp. Wat bedoelt de koning met een bruiloftskleed? Zou het kunnen zijn dat bedoeld wordt dat je altijd met de Tora bekleed moet zijn? Dat de Tora je leven richting geeft op weg naar de Ander en de ander.
O, Heer, die onze koning zijt,
laat niets uw rijk verhinderen,
en open voor uw kindren
de poorten van uw woning wijd.
Laat, met uw feestkleed aan
ons tot uw bruiloft gaan.
[Pieter Dinus Kuiper, LvK 229,5].
Literatuur
A-J Levine / M.Z.Brettler, Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen, Haarlem/Antwerpen 2024.
Preekvoorbeeld
Ik ben geen fanatieke bezoeker van festivals, maar omdat ik in Lievelde ben geboren, kijk ik wel eens naar de website van de Zwarte Cross. Ik zie dat het een gastvrij festival is. Gasten hoeven bij de entree geen Verklaring Omtrent Gedrag te laten zien. Iedereen is welkom, net als in de schriftlezingen van vandaag. In de parabel van het bruiloftsfeest vraagt de koning aan zijn dienaren zoveel mogelijk mensen van de straat te halen en binnen te brengen, ‘slechten zowel als goeden.’ Iedereen is welkom, zonder VOG.
Ook in de eerste lezing is sprake van een groot feestmaal. De profeet Jesaja schildert een pakkend visioen. ‘In die dagen’, dus wanneer alles tot voltooiing komt, laat God zien dat het leven bedoeld is als een feest voor iedereen, ongeacht huidskleur of paspoort. Als je leest wat er ‘in die dagen’ op tafel staat, loopt het water je in de mond, maar belangrijker zijn de drie woorden die er uitspringen. Het is een maaltijd ‘voor alle volken.’ Dat is wat anders dan wat de Amerikaanse vicepresident ons vorig jaar voorschotelde, toen hij zei dat naastenliefde begint bij eigen familie en eigen volk en dat de rest pas daarna komt: America first. God richt een feest aan voor alle volken, en wel op de berg Sion. Die berg Sion is trouwens iets anders dan de politieke hoofdstad Jeruzalem. Sion is waar God aanwezig is als bron van leven en toekomst voor alle mensen op aarde.
Het is vandaag dus ‘welkom’, wat de klok slaat. Maar ook op de Zwarte Cross kan niet alles. Ik lees op de sympathieke website van het festival tegelijk dat gasten die de zaak verzieken en bonje schoppen naar buiten worden gewerkt en zo nodig een festivalverbod krijgen. We vinden dit normaal. Op school, in een gezin en in een bedrijf gaat het niet anders. En telkens is de vraag: ‘Waar leg je de grens? Wat moet kunnen en wat is ontoelaatbaar?’
Die vraag komt in het tweede deel van het verhaal van vandaag aan de orde, dat van de man zonder bruiloftskleed. Toen Mattheüs zijn evangelie schreef, werden de eerste christenen geconfronteerd met juist die vraag: ‘Waar treken we de grens? Wanneer gaat iemand over de rode lijn? En wie bepaalt die rode lijn?’ En net zoals nu waren er ook toen ‘rekkelijken’ en ‘preciezen’, vrijzinnigen en scherpslijpers. De rekkelijken vonden dat ze ruimhartig moesten zijn. Zij verwezen naar de parabel over de grenzeloze gastvrijheid van de koning. Maar de preciezen riepen: ‘Alles goed en wel, maar er zijn grenzen. Als we als kerk geloofwaardig willen zijn, moeten we ons distantiëren van mensen die de meest elementaire geboden aan hun laars lappen.’ Dus haalden mensen van de rigoureuze richting een andere parabel van Jezus tevoorschijn, die over de man zonder bruiloftskleren. Nu wilde Matteüs in zijn evangelie ieder misverstand uitsluiten. God is grenzeloos goed, maar dit wil niet zeggen dat we met het evangelie alle kanten op kunnen. God is goed en veeleisend. Het zijn twee kanten van één medaille. Om dat te onderstrepen maakte Matteüs van de twee parabels één verhaal. ‘God is oneindig goed. Maar dit betekent niet dat alles moet kunnen.’
Op die manier zitten wij wel met een probleem. Want wie de twee parabels als één verhaal leest, vraagt zich af hoe het kan dat dezelfde koning eerst schooiers binnenlaat - die waarschijnlijk niet in rokkostuum kwamen opdagen -, en vervolgens iemand die in vrijetijdskleding naar de bruiloft komt, de deur wijst. Dat probleem lost zich vanzelf op, wanneer je ziet dat het oorspronkelijk om twee verschillende parabels gaat. Samen maken die twee parabels duidelijk dat de boodschap van Jezus niet in één zin te vatten is. Hij heeft het over de smalle weg naar het leven, maar ook over de wijde deur van de bruiloftszaal. Hij scheldt schriftgeleerden en farizeeën de huid vol, maar zegt ook dat we vijanden moeten liefhebben. Hij heeft het over de man zonder bruiloftskleren, die buiten gegooid wordt, maar ook over tollenaars en prostituées, die de eersten zijn in het koninkrijk.
Ik hoorde iemand zeggen: ‘Predikanten hebben het tegenwoordig alleen nog maar over liefde en ze vergeten dat het evangelie ook veeleisend is.’ Maar juist de liefde is veeleisend. Wanneer Augustinus preekte in zijn kerk in Afrika, had hij zowel strenge als soepele gelovigen voor zich. Tegen iedereen zei hij: ‘Bemin en doe dan wat je wilt: wil je zwijgen, zwijg uit liefde, wil je schreeuwen, schreeuw uit liefde, wil je corrigeren, doe het uit liefde, wil je vergeven, vergeef uit liefde. Draag de bron van liefde in je hart, want uit liefde kan alleen het goede voortkomen.’ In die zin is de boodschap van Jezus toch een one-liner: ‘God is liefde!’ Liefde is altijd een smalle weg die offers vraagt. Dat zien we in de Eucharistie die we nu gaan vieren, de gedachtenis van het levensoffer van Jezus. De evangelist Johannes zegt dat Jezus op de avond voor zijn lijden klaar stond om in zijn liefde tot het uiterste te gaan. Moge Hij ons meenemen in zijn liefde, die tegelijk bevrijdend en veeleisend is.
inleiding Henk Janssen OFM
preekvoorbeeld dr. Jan Hulshof SM
Ontleend aan ‘de mystieke molen’, sculptuur basiliek Sainte-Marie-Madeleine,