- Versie
- Downloaden 9
- Bestandsgrootte 212.29 KB
- Aantal bestanden 1
- Datum plaatsing 16 juni 2026
- Laatst geüpdatet 16 juni 2026
Preek 14e zondag door het jaar, A jaar, 5-7-2026
5 juli 2026
Veertiende zondag door het jaar
Lezingen: Zach. 9,9-10; Ps. 145; Rom. 8,9.11-13; Mat. 11,25-30 (A-jaar)
Inleiding
Zacharia 9,9-10
De Profeet Zacharia (= JHWH gedenkt) maakt zich sterk voor de wederopbouw van de tempel. Hij treedt op in de tijd van de Perzische koning Darius (522-486). Zijn roepingsverhaal staat in hoofdstuk 1,7-17. Namens JHWH roept hij op tot ommekeer: ‘Keer terug naar Mij, dan zal Ik naar jullie terugkeren (1.3).
Onze perikoop is een vreugdevol lied. Jeruzalem wordt aangesproken als ‘Vrouwe Sion’. Zij wordt opgeroepen om het uit te schreeuwen van vreugde, want haar koning is in aantocht, niet om haar te straffen, maar ‘bekleed met gerechtigheid en zege.’ Hij komt niet op een strijdros, maar ‘op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin’. Hij is een rechtvaardige, hij heeft het recht aan zijn zijde. Hij is vredelievend. Het oorlogstuig zal hij vernietigen en vrede stichten tussen de volken. Vrouwe Sion mag zich gelukkig prijzen dat deze koning namens JHWH in aantocht is en op vredige wijze iedereen tot zijn recht laat komen en vrede sticht. Een heilstijd breekt aan.
In de Joodse Traditie wordt dit lied vaak messiaans geïnterpreteerd. De evangelist Matteüs past de tekst op Jezus toe (Mat. 21,2).
Zijn tweede ezel komt voort uit het parallelismus membrorum van Zacharia 9,9. Als poëtische vorm gaat het daar om de dubbelvermelding van één ezel: ‘een ezel = een hengstveulen, het jong van een ezelin’. Maar wie op zoek is naar zoveel mogelijk ‘informatie’, kan er ook twee ezels in lezen. Dat is wat Matteüs doet.
Verheug u, gij dochter van Sion,
en jonkvrouw Jeruzalem, juich!
Zijn daden, zij zullen
de aarde vervullen,
voor jood en voor heiden
door dood en door lijden
draagt Hij met zich mede
de blijdschap, de vrede,
Hij rijdt op een ezel, Hij lijdt als een knecht,
zo brengt Hij het leven terecht.
[W. Barnard, LvK 42:3]
Romeinen 8,9.11-13
Zie: S. Lamberigts, ‘Romeinen. Christus, onze gerechtigheid’ in: Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Paulus zelf. De zeven echte brieven, Vught 2014, 20162, 75-86
Matteüs 11,25-30
Na de veroordeling van drie steden (11,20-24) omdat zij zich niet bekeerd hebben, looft Jezus zijn Vader, Heer van hemel en aarde, ‘omdat u deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld.’ De joodse Traditie spreekt van ‘het onderwijzen van kinderen of eenvoudige mensen’ (Deut. 6,7). Door de Vader is alles aan de Zoon toevertrouwd. Vader en Zoon kennen elkaar (in liefde) door en door, van haver tot gort. Dankzij de Zoon, kunnen ook anderen de Vader leren kennen.
Jezus nodigt allen die vermoeid en onder lasten gebukt gaan uit om bij Hem te komen, Hij zal hun rust geven.
Een gelovige Jood neemt iedere morgen het Juk van het koninkrijk op zich, als teken dat hij zich weer met God verbindt. Daarna neemt hij het juk van de Tora op zich. Vanuit liefdesverbondenheid met God vervult hij de opdrachten van de Tora. Vanuit deze praktijk nodigt Jezus (die zachtmoedig en nederig van hart is) alle vermoeiden uit om Zijn juk op zich te nemen, dan zullen zij werkelijk rust vinden. In Avot 3,5 merken de rabbijnen op dat iemand die het juk van de Tora op zich neemt, wordt bevrijd van politieke verplichtingen en wereldlijke zorgen.
Heb dank, o God van alle leven
die zijt alleen Uzelf bekend,
dat Gij uw woord ons hebt gegeven,
uw licht en liefd ons toegewend.
Nu rijst uit elke nacht uw morgen,
nu wijkt uw troost niet meer van de aard,
en wat voor wijzen bleef verborgen
werd kinderen geopenbaard.
[Fedde Schurer, LvK 330,1]
Literatuur
Amy Jill Levine/ Marc Zvi Brettler, Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen, NBV21 Haarlem/Antwerpen 2024.
idem, Hebraische Bibel und Altes Testament, Stuttgart 2024.
Preekvoorbeeld
Het jaar 2026 is niet best begonnen. Bijna vanaf dag één zijn het wapengekletter en het machtsvertoon niet van de lucht. De wereld lijkt weer beheerst te worden door bommengooiers en scherpschutters. Schijnbaar vergeten zijn de bittere ervaringen van vorige oorlogen, van zinloos geweld en bloedvergieten, die altijd meer schade aangericht hebben dan problemen opgelost. De stemmen die protesteren worden nauwelijks opgemerkt; ze leggen geen gewicht in de schaal.
En toch, zou je zeggen, heeft de mensheid al meer dan genoeg ervaring opgedaan met oorlog en geweld. Twee-, drieduizend jaar geleden, ten tijde van de profeet Zacharia, uit wiens boek we in de eerste lezing gelezen hebben, werden er oorlogen gevoerd evenals vandaag de dag. Ze werden evenzeer ingegeven door machtsbelustheid en ongeduld, ze waren even zinloos als die van nu en richtten enorm veel schade aan. Ook toen waren er stemmen die protesteerden, en het is maar de vraag of die beter gehoord werden.
Zacharia was zo iemand die protesteerde tegen het geweld van oorlog en onderdrukking. En wonderlijk genoeg klinkt in de lezing van vandaag zijn protest niet als een aanklacht of een bezorgde oproep tot verandering en inkeer, maar eerder als een glanzend, optimistisch visioen. Tegenover strijdrossen en gepantserde wagens komt in zijn visioen daar iemand op een ezel aangereden. ‘De koning komt naar u toe en rijdt op een ezel’, staat er in de profetie. ‘Daarmee vaag Ik de strijdwagens en paarden weg’. Het lijkt wel of Zacharia er zeker van was dat het afgelopen zou zijn – binnenkort misschien wel – met het wapengekletter en met de strijdwagens. Er zal vrede komen onder de volkeren.
We kunnen ervan uitgaan dat Zacharia niet naïef was. Hij was er ongetwijfeld van op de hoogte dat, als het op vechten aankomt, een man op een ezel niet opgewassen is tegen een bataljon strijdwagens. Het gaat er echter niet om dit visioen te nemen als een strijdplan, als een militaire strategie, maar als een uitdrukking van het geloof van de profeet. Zacharia geloofde in een God die zich sterk maakt tegen geweld en onderdrukking, maar niet door er nog meer geweld tegenover te zetten. God wil onze logica onderbreken en ombuigen, ons doen inzien dat er andere wegen mogelijk zijn om met conflicten om te gaan.
En nu we het over een man op een ezel hebben: dat beeld doet ons denken aan Jezus uit het verhaal van Palmzondag, waarin Hij op een ezel gezeten Jeruzalem binnenrijdt. ‘Jij bent onze Messias!’ riepen de mensen langs de kant van de weg en wuifden Hem toe met palmtakken. Jezus had voor zijn intocht die ezel gekozen, omdat Hij dacht aan Zacharia, aan de tekst die we vandaag gehoord hebben. God verrast ons voortdurend, wist Jezus. Zijn leven lang was Hij de strijd met de religieuze autoriteiten aangegaan, met de hypocrisie van hen die waakten over de goede zeden, maar mensen die steun en bemoediging nodig hadden in de kou lieten staan. In Jeruzalem moest Hij die strijd verder strijden, maar hier liet Hij zijn wapens zien: geen paarden en wagens of een leger van volgelingen met stokken en zwaarden, maar een mens op een ezel met geopende handen en een enthousiaste schare die staat te wuiven met palmtakken.
Dit is niet volgens de berekeningen en inschattingen van de wijzen en verstandigen, van de experts en politici. Die maken analyses van de machtsverhoudingen in de wereld en verhogen de defensiebudgetten, omdat herbewapening noodzakelijk is. Zij investeren in strijdrossen en gepantserde wagens. Hebben zij daarmee ongelijk? Is het allemaal dwaling wat er nu gebeurt in onze wereld anno 2026? Dat kunnen we niet zomaar zeggen. Experts en politici hebben hun eigen verantwoordelijkheid en gaan te werk volgens hun eigen logica. Maar het gaat erom of er ruimte is, of we met ons allen, ook de politici en experts, of we attent blijven op bijvoorbeeld een man die op een ezeltje komt aanrijden, in eigen gelederen of misschien juist wel aan de andere kant.
In het evangelie van vandaag horen we dat Jezus ons probeert te winnen voor een andere manier van kijken. ‘Het zijn niet per se de wijzen en verstandigen die begrijpen waar het om gaat’, zegt Hij, ‘eerder de eenvoudigen’. Het waren de eenvoudigen die op de zondag voor Pasen in Jeruzalem langs de weg stonden en in de man op de ezel de Messias herkenden. Ze geloofden met z’n allen dat Gods kracht zich in Hem toonde. Ze geloofden het met z’n allen, en het was een machtig moment. Het leek op die dag in Jeruzalem alsof alles kon gaan veranderen, de autoriteiten schrokken zich een ongeluk.
Die namen hun maatregelen en een week later was de onruststoker gekruisigd, dood en begraven. Jezus had ogenschijnlijk ongelijk gehad met z’n geloof, Zacharia en al die andere profeten ook.
Maar wie gelooft, weet dat het verhaal niet is opgehouden met die kruisdood. God, de Oorsprong en Behoeder van alle leven, is niet van de wapens en wagens, maar van de eenvoudigen, van hen wier handen geopend en leeg zijn. Waarom dan? Er is veel dat we niet begrijpen, dat, volgens het evangelie van vandaag alleen de Vader en de Zoon weten. Maar we worden uitgenodigd ons te laten raken door wat ons onverwacht, bij verrassing raakt als een diepere waarheid dan die ons altijd wordt voorgehouden. Uitgenodigd om daarop te vertrouwen.
‘Komt allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven.’ Zie uit naar de tekenen die Ik zend te midden van geweld en machtsvertoon. Vertrouw erop, ze zijn er, als een zachte bries, als de snuit van een jonge ezel.
inleiding Henk Janssen OFM
preekvoorbeeld drs. Marc van der Post
Ontleend aan ‘de mystieke molen’, sculptuur basiliek Sainte-Marie-Madeleine,