Homiletische hulplijnen 119

[featured_image]
Downloaden
Download is available until [expire_date]
  • Versie
  • Downloaden 0
  • Bestandsgrootte 144.85 KB
  • Aantal bestanden 1
  • Datum plaatsing 2 februari 2026
  • Laatst geüpdatet 2 februari 2026

Homiletische hulplijnen 119

Homiletische hulplijnen 119

Kunstmatige intelligentie

Wat gebeurt als predikanten gebruikmaken van AI (Artificial Intelligence)? Het is een bruikbaar hulpmiddel om research te doen. Ik zet AI in om mijn kerkkrantje te schrijven. AI genereert tekst die ik vervolgens bewerk en naar mijn hand zet. Ik gebruik AI om snel de hoofdlijnen van een discussie op een rijtje te krijgen. Maar kan AI preken?

Een preek is geen overdracht van bijbelse informatie, maar een relationele en contextuele gebeurtenis. Het Woord wordt verkondigd in en aan een concrete parochie, op een specifieke tijd en plaats. De preek ontstaat niet in de studeerkamer als een clandestien onderonsje tussen predikant en tekst, maar in een meervoudige relatie van Bijbel, actualiteit, liturgie, predikant, hoorder. De predikant staat niet buiten de parochie, maar is zelf deel van het lichaam waartoe hij spreekt. Zijn of haar verstaan van de tekst wordt mede gevormd door gedeelde ervaringen, pastorale nabijheid en kennis van de levenssituaties van de hoorders. Juist die betrokkenheid maakt dat de preek meer is dan een exegetisch correcte tekst: zij wordt een woord dat aanspreekt, troost, corrigeert en opent. De preek is niet een reproduceerbaar product, maar een eenmalige gebeurtenis, die zich voltrekt in verantwoordelijkheid voor deze gemeente, op deze zondag.
Vanuit dit perspectief kan AI hooguit dienen als een ondersteunend instrument in het voorbereidende proces, niet als drager van de verkondiging zelf.

De eigen aard van verkondiging is dat de preek zich richt op het bijzondere, eenmalige, specifieke van deze tekst en deze hoorders. Een preek is inductief. AI is naar zijn aard deductief en gaat uit van wat in den brede op internet beschikbaar is, het veralgemeniseert.

Ik geef daarvan een voorbeeld. In mijn literatuurclub op de Wallen lazen we afgelopen najaar De resten van een mens van Detlev van Heest (2025). Een van de deelnemers had AI gevraagd naar de betekenis van de titel. En kreeg daarop dit antwoord:

De titel De resten van een mens van Detlev van Heest is vooral symbolisch bedoeld en sluit nauw aan bij de thematiek van het boek.

Kort gezegd verwijst de titel naar wat er van een mens overblijft wanneer grote zekerheden wegvallen – lichamelijk, geestelijk én existentieel.

Iets uitgebreider:

“Resten” duidt niet alleen op lichamelijke aftakeling, maar ook op brokstukken van identiteit: herinneringen, gewoonten, overtuigingen en relaties die overblijven wanneer een mens geconfronteerd wordt met verlies, ziekte, ouderdom of ontworteling.

Het boek laat zien hoe een mens gereduceerd kan raken tot fragmenten: routines, observaties, kleine gedachten — alsof het geheel niet meer intact is.

Tegelijk roept de titel de vraag op: Is een mens nog volledig mens wanneer er vooral ‘resten’ over zijn?
Van Heest suggereert dat juist in die resten nog betekenis, waardigheid en menselijkheid schuilen.

De titel past ook bij zijn sobere, observerende stijl: weinig grootse conclusies, veel aandacht voor het alledaagse en het overblijvende.

Dit alles heeft AI dus bijeen gevonden op internet, bij elkaar geraapt uit recensies die verschenen op bijvoorbeeld https://smitakisboekenlust.com/detlev-van-heest-de-resten-van-een-mens en https://www.trouw.nl/tijdgeest/detlev-van-heest-de-schrijver-die-vooral-parkeerbonnen-schreef~b9ffc79c

De literatuurclub echter leest en bevraagt een boek van voor naar achter en weer terug, soms fysiek, soms als e-boek dat de mogelijkheid heeft op woordniveau te zoeken. Dan ontstaat een ander beeld dan wat AI schetst.
De opdracht van De resten van een mens luidt: ‘ter nagedachtenis van Emma en Sandra’. Emma Paulides spelt een centrale rol in het boek. Het verhaal ontspint zich vrijwel vanaf het begin om haar en om haar dochter heen, Sandra van Raalten, het 21-jarige slachtoffer van de Zaanse paskamermoord (30 november 1984), waarvoor aanvankelijk Hans van Z. werd veroordeeld, een rechterlijke dwaling. Hij werd een jaar later vrijgesproken, maar toen was het beeld al geschetst van kinky seks met fatale afloop.
In de resten van een mens blijft Emma zich tegen die suggestie verzetten. ‘Achttien jaar heb ik moeten vechten om haar naam te zuiveren. Ik zie die nieuwslezer met zijn rotkop nog zeggen “een uit de hand gelopen sadomasochistisch spel”. Over mijn dochter zeiden ze dat. Sandra kon dat woord nog niet eens uitspreken. En die walgelijke rechters die de verkeerde man veroordeelden. Een van die rechters, die Spong, houdt zelf van sadomasochistische spelletjes en die dacht dat iedereen zo in elkaar zat als hij.’ (250)

Weliswaar is Emma van Zaandam naar Hilversum maar zij blijft het graf van Sandra bezoeken, noemt haar naam in ieder gesprek, bewaart alle krantenknipsels, foto’s, 8 millimeterfilms.
Gaandeweg het boek wordt Emma ongeneeslijk ziek. Haar laatste dagen slijt zij in een verpleeghuis, terug in Zaandam. Haar uitvaart wordt voorbereid, zij wil gecremeerd worden samen met de knoken en beenderen van Sandra.

‘Met Berber Smits Schouten was ik in de woning van Emma. Op verzoek van Emma’s broer zochten we haar adresboekje, alvast ten behoeve van een lijst van te verwittigen personen. Er hing geen andere geur dan anders. Zelfs de troep viel me mee.
Smits Schouten keek in de rondte met de resten van een pakje ranzige boter in haar handen, dat ze in de papierberg op de grond had gevonden. “Alles wat bederfelijk is, gooi ik weg.” Alle lades opende ze, maar het adresboekje was nergens te vinden. Daarbij stiet ze op foto’s van Sandra. “Moet je zien. Wat een prachtig kind. Het komt hier zó dichtbij.” (822)

‘Met Berber Smits Schouten ging ik Emma’s woning weer in. Overal stonden dozen, verhuisdozen, lege en half gevulde. Midden in de kamer stond een grote doos met dinky-toys van Sandra. “Die kunnen niet weg,” vond ze. “Het héle huis staat vol met speelgoedautootjes van Sandra.” (832).

‘Twee dagen na Emma’s overlijden werden Sandra’s stoffelijke resten opgegraven. Berber Smits Schouten was erbij. Ze reed in haar auto met een lijkzak met het gebeente van Sandra naar Hilversum, naar uitvaartonderneming Vagevuure.’ (835 – bedoeld is Van Vuure, De resten van een mens laat zich ook lezen als een sleutelroman).

Deze citaten uit de laatste hoofdstukken van De resten van een mens maken wel duidelijk wat ik bedoel met de gemeenplaatsen van AI en hoe close reading zich verzet tegen een al te gemakkelijk spreken van ‘symbolische’ betekenissen losgezongen van het specifieke levensverhaal. De resten van een mens duidt op wat er van Emma is overgebleven in de jaren dat zij Sandra overleefde tot zij eindelijk samen gecremeerd werden, as tot as.

Met dit voorbeeld uit de Nederlandse literatuur laat ik zien wat dreigt als de predikant bij het schijven van de preek teveel op AI leunt. AI is slechts een hulpmiddel dat zich de laatste jaren rap ontwikkeld heeft, maar het is feilbaar, het gaat uit van het bekende, van wat algemeen voor handen is.
De preek wil dat alles niet. Een postmoderne preek ontstaat uit geduldig luisteren naar fragmenten, komt op uit een specifiek klein verhaal, vertrekt niet van het algemene naar het bijzondere, maar precies andersom, daar waar AI met lege handen staat.

drs. Klaas Touwen